Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 34 IW

Geldt sinds 1 januari 2007

  1. 1

    Ingeval een werknemer met instandhouding van de dienstbetrekking tot zijn inhoudingsplichtige, de uitlener, door deze ter beschikking is gesteld aan een derde, de inlener, om onder diens toezicht of leiding werkzaam te zijn, is de inlener hoofdelijk aansprakelijk voor de loonbelasting welke de uitlener verschuldigd is in verband met het verrichten van die werkzaamheden door die werknemer alsmede voor de omzetbelasting welke de uitlener, dan wel – in geval doorlening plaatsvindt – de in het tweede lid bedoelde doorlener verschuldigd is in verband met dat ter beschikking stellen. In afwijking in zoverre van artikel 32, tweede lid, is de inlener niet aansprakelijk voor de in verband met de heffing van loonbelasting of van omzetbelasting opgelegde bestuurlijke boete.

  2. 2

    Onder inlener wordt mede verstaan: a.de doorlener, zijnde degene aan wie een werknemer ter beschikking is gesteld en die deze werknemer vervolgens ter beschikking stelt aan een derde om onder diens toezicht of leiding werkzaam te zijn; b.de in onderdeel a bedoelde derde, aan wie door een doorlener een werknemer ter beschikking is gesteld om onder toezicht of leiding van die derde werkzaam te zijn.

  3. 3

    Indien een inlener ingevolge een overeenkomst met de uitlener ten behoeve van de voldoening van loonbelasting, omzetbelasting en sociale verzekeringspremies in verband met het verrichten van werkzaamheden door een ter beschikking gestelde werknemer, alsmede met dat ter beschikking stellen, een bedrag heeft overgemaakt op een rekening die door die uitlener ten behoeve van de betaling van loonbelasting, omzetbelasting en sociale verzekeringspremies wordt gehouden bij een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen, wordt het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid van de inlener uit hoofde van het eerste en tweede lid met betrekking tot die werkzaamheden en dat ter beschikking stellen in eerste aanleg bestaat, verminderd met dat overgemaakte bedrag.

  4. 4

    Het derde lid is niet van toepassing voor zover de inlener wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de uitlener in gebreke zou blijven het op de in dat lid bedoelde rekening gestorte bedrag aan te wenden voor de betaling van loonbelasting, omzetbelasting of sociale verzekeringspremies.

  5. 5

    De aansprakelijkheid op grond van het eerste lid geldt niet met betrekking tot de loonbelasting en de omzetbelasting verschuldigd door de uitlener, indien aannemelijk is dat het niet betalen door de uitlener noch aan hem noch aan een inlener is te wijten.

  6. 6

    Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de toepassing van het derde lid.

  7. 7

    Dit artikel is niet van toepassing indien de werkzaamheden die door de ter beschikking gestelde werknemer zijn verricht, ondergeschikt zijn aan een tussen de uitlener en de inlener, dan wel tussen de doorlener en de inlener, gesloten overeenkomst van koop en verkoop van een bestaande zaak.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:435Parket bij de Hoge Raad, 11 april 2025 (belastingrecht)

    Bestuurdersaansprakelijkheid; art 36 IW; (gewezen) bestuurder; is bestuurdersaansprakelijkheid mogelijk als dezelfde bestuurder zich heeft kunnen disculperen als gewezen bestuurder voor een ander…

  • ECLI:NL:HR:2022:1337Hoge Raad, 30 september 2022 (belastingrecht)

    Invorderingswet. Art. 49 IW 1990; in gebreke met betalen van belastingschuld; op de voorgeschreven wijze bekendmaken van belastingaanslag.

  • ECLI:NL:PHR:2022:756Parket bij de Hoge Raad, 16 augustus 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de weigering van de Inspecteur om alsnog de door de Rechtbank opgedragen uitspraak op bezwaar te doen en over de berekening van de vergoeding van immateriële…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1361Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2019 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Arbeidsongeval van uitzendkracht waarvoor inlener aansprakelijk is. Uitzendbureau is eigenrisicodrager voor de Ziektewet (art. 63a ZW). Uitzendbureau zoekt…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1076Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 april 2026 (belastingrecht)

    Artikel 34 Invorderingswet 1990, aansprakelijkheid voor onbetaald gelaten naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonheffingen. Belanghebbende is een transportbedrijf en maakt gebruik van een uitlener…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1549Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 juni 2025 (belastingrecht)

    Invordering; artikel 4:104 Awb; artikel 9, lid 2, IW 1990; artikel 49, lid 1, IW 1990; artikel 27, lid 2, IW 1990; aansprakelijkstelling. Hoge Raad 24 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:111, leidt tot…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:8653Rechtbank Amsterdam, 17 december 2024 (bestuursprocesrecht)

    Verweerder wil de scootmobiel van de vader van eiseres na overlijden innemen, of een vergoeding van de voorziening die deels is aangeschaft met een persoonsgebonden budget en deels met eigen…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:7777Rechtbank Gelderland, 30 oktober 2024 (civiel recht)

    Regresvordering van het UWV op de naar burgerlijke recht aansprakelijke partij van door het UWV gedane uitkeringen op grond van de ZW en WIA. Geen succesvol beroep op de regresbeperking van de…

180 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.