Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 43 IW

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Natuurlijke personen en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die ingevolge artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 zijn aangemerkt als één ondernemer, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de omzetbelasting welke verschuldigd is door deze ondernemer, dan wel - indien de inspecteur niet schriftelijk ervan in kennis is gesteld dat op grond van gewijzigde omstandigheden niet langer een eenheid bestaat als is bedoeld in die bepaling - door deze personen en lichamen.

  2. 2

    Indien aan de ondernemer, bedoeld in het eerste lid, een vermindering of teruggaaf van omzetbelasting wordt verleend, kan de ontvanger, met inachtneming van artikel 54, deze vermindering of teruggaaf bevrijdend voldoen aan één van de natuurlijke personen of lichamen, bedoeld in het eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:686Hoge Raad, 13 mei 2022 (civiel recht)

    Belastingrecht. Invordering. Kostenwet. Acht vennootschappen die fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen, voldoen belastingschuld niet tijdig. Belastingdeurwaarder brengt acht keer…

  • ECLI:NL:HR:2022:269Hoge Raad, 18 februari 2022 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 7, lid 4, Wet OB 1968; beschikking fiscale eenheid; organisatorische verwevenheid; verwevenheid in financieel, organisatorisch en economisch opzicht in onderlinge samenhang…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1207Parket bij de Hoge Raad, 31 december 2020 (belastingrecht)

    A-G Ettema behandelt in deze conclusie de vraag of aan een fiscale eenheid voor de omzetbelasting een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. In de onderhavige zaak gaat het om een verzuimboete…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1208Parket bij de Hoge Raad, 31 december 2020 (belastingrecht)

    A-G Ettema behandelt in deze conclusie de vraag of aan een fiscale eenheid voor de omzetbelasting een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. In de onderhavige zaak gaat het om een vergrijpboete…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:4088Rechtbank Oost-Brabant, 10 juni 2026 (civiel recht)

    Teruggave OB aan fiscale eenheid op bankrekening met positief saldo van aangewezen deelnemer van fiscale eenheid. Kan de bank haar -met pandrecht op vorderingen op derden versterkte- vordering op…

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:3806Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 juni 2023 (belastingrecht)

    Art. 15aj, lid 2, Wet Vpb. Geen afwaardering van vordering uit hoofde van hoofdelijke aansprakelijkheid OB-schuld ex artikel 43, lid 2, IW 1990. Proceskostenvergoeding in eerste aanleg correct…

  • ECLI:NL:CRVB:2022:2623Centrale Raad van Beroep, 6 december 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Conclusie van advocaat-generaal Wattel over het toetsingskader bij het terugkomen van in rechte onaantastbaar geworden boetebesluiten. In de conclusie wordt gesteld dat het in beginsel evident…

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:6417Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 november 2022 (belastingrecht)

    Aansprakelijkstelling. Fiscale eenheid omzetbelasting. Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor omzetbelastingschulden van de fiscale eenheid. Naar het oordeel van de rechtbank is belanghebbende…

82 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.