Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 10 IW

Geldt sinds 1 mei 2016

  1. 1

    In afwijking van artikel 9 is een belastingaanslag van de belastingschuldige die een te innen bedrag behelst terstond en tot het volle bedrag invorderbaar indien: a.de belastingschuldige in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard en die belastingaanslag onder de werking van de schuldsaneringsregeling valt; b.de ontvanger aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat goederen van de belastingschuldige zullen worden verduisterd; c.de belastingschuldige Nederland metterwoon wil verlaten dan wel zijn plaats van vestiging wil overbrengen naar een plaats buiten Nederland, tenzij hij aannemelijk maakt dat de belastingschuld kan worden verhaald; d.de belastingschuldige buiten Nederland woont of gevestigd is dan wel in Nederland geen vaste woonplaats of plaats van vestiging heeft en de ontvanger aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat de belastingschuld niet kan worden verhaald; e.op goederen waarop een belastingschuld van de belastingschuldige kan worden verhaald beslag is gelegd voor zijn belastingschuld; f.goederen van de belastingschuldige worden verkocht ten gevolge van een beslaglegging namens derden; g.ten laste van de belastingschuldige een vordering wordt gedaan als bedoeld in artikel 19, tenzij hij aannemelijk maakt dat de belastingschuld kan worden verhaald; h.met inachtneming van artikel 97 van het Douanewetboek van de Unie ten laste van de belastingschuldige aanvulling of vervanging van een gestelde zekerheid is geëist, doch die aanvulling of vervanging niet tijdig overeenkomstig het krachtens artikel 2:1, aanhef en onder j, van de Algemene douanewet bepaalde, wordt verricht.

  2. 2

    Het eerste lid is in de gevallen bedoeld in de onderdelen a, e, f en g niet van toepassing op een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting of in de vennootschapsbelasting waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die ligt in het jaar waarover deze is vastgesteld.

  3. 3

    Het eerste lid is in het geval, bedoeld in onderdeel h, uitsluitend van toepassing op een uitnodiging tot betaling en op een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake rente op achterstallen, inzake kosten van ambtelijke werkzaamheden of inzake een bestuurlijke boete als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene douanewet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1053Hoge Raad, 7 juli 2023 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; Unierechtelijke verdedigingsbeginsel; art. 9, lid 2, letter b, Wet OB 1968 en Tabel II, post a.6 bij de Wet OB 1968; art. 10 Invorderingswet 1990; conservatoir beslag. Gegronde vrees…

  • ECLI:NL:HR:2022:934Hoge Raad, 24 juni 2022 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; Unierechtelijke verdedigingsbeginsel; kenbaarheid van voornemen tot het nemen van een bezwarend besluit; expliciet gelegenheid geven om gehoord te worden voordat het bezwarende…

  • ECLI:NL:HR:2021:1850Hoge Raad, 10 december 2021 (belastingrecht)

    Omzetbelasting. Unierechtelijk verdedigingsbeginsel, andere-afloopcriterium; gronden toepassing art. 10 Invorderingswet 1990 als rechtvaardiging voor beperking uitoefenen rechten van de verdediging.

  • ECLI:NL:HR:2021:1510Hoge Raad, 5 november 2021 (belastingrecht)

    Procesrecht. Invordering. Art. 10 en art. 15 Invorderingswet 1990; art. 7, lid 1, Kostenwet invordering rijksbelastingen; art. 4:122 en 4:123 Awb; zijn kosten dwangbevel rechtsgeldig in rekening…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:6906Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 oktober 2023 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting jaren 2006 tot en met 2011 / verdedigingsbeginsel / verlengde navorderingstermijn / omkering en verzwaring van de bewijslast De inspecteur heeft belanghebbende aangemerkt als UBO…

  • ECLI:NL:GHSHE:2022:1896Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 juni 2022 (belastingrecht)

    Belanghebbende bewijst voor de omzetbelasting niet dat de leveringen niet in Nederland zijn verricht. Belanghebbende maakt toepassing van het nihiltarief niet aannemelijk. De boete wordt vernietigd…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:565Rechtbank Den Haag, 19 januari 2022 (civiel recht)

    overheidsaansprakelijkheid, onrechtmatig besluit van de belastingdienst, causaal verband. onrechtmatig handelen van de belastingdienst tijdens procedure van beroep en bezwaar?

  • ECLI:NL:RBZWB:2020:5627Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 november 2020 (belastingrecht)

    Artikel 37e Wet OB Omdat belanghebbende in Nederland woont wordt hij geacht zijn leveringen in Nederland te verrichten tenzij hij aan de hand van boeken en bescheiden het tegendeel aantoont. Aan de…

65 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.