Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 51 IW

Geldt sinds 1 december 2002

  1. 1

    Op een conservatoir beslag door de ontvanger ten laste van degene die aansprakelijk is of wordt gesteld, is artikel 700, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing.

  2. 2

    Het beslag vervalt van rechtswege indien: a.de aansprakelijk gestelde bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikking, bedoeld in artikel 49, eerste lid, en de ontvanger niet binnen vier maanden na de dagtekening van de beschikking uitspraak heeft gedaan op het bezwaarschrift; of b.vóór het leggen van het beslag geen aansprakelijkstelling heeft plaatsgevonden en aansprakelijkstelling niet alsnog plaatsvindt binnen drie maanden na het leggen van het beslag.

  3. 3

    De voorzieningenrechter van de rechtbank die het verlof tot het leggen van het beslag heeft verleend, kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verlengen indien de ontvanger dit vóór het verstrijken van de termijn verzoekt. Tegen de beschikking, bedoeld in de vorige volzin, is geen hogere voorziening toegelaten.

  4. 4

    Ingeval een conservatoir derdenbeslag van rechtswege is vervallen, stelt de ontvanger de derdebeslagene daarvan schriftelijk in kennis.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2008:BF0411Hoge Raad, 5 december 2008 (civiel recht)

    Invorderingszaak. Procesrecht; geen verkorting dagvaardingstermijn tot zes weken door invoering van de Awb op 1 januari 1994; ten onrechte passeren van stelling door appelrechter.

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:347Rechtbank Noord-Nederland, 6 februari 2024 (belastingrecht)

    beschikking aansprakelijkstelling

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:4862Rechtbank Den Haag, 21 maart 2019 (belastingrecht)

    Invorderingswet. Bestuurdersaansprakelijkheid. Eiseres is terecht aangemerkt als bestuurder. Geen rechtgeldige melding van betalingsonmacht mogelijk nu de naheffingsaanslagen het gevolg zijn van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:4864Rechtbank Den Haag, 21 maart 2019 (belastingrecht)

    Invorderingswet. Bestuurdersaansprakelijkheid. Eiser is terecht aangemerkt als bestuurder. Geen rechtsgeldige melding van betalingsonmacht mogelijk nu de naheffingsaanslagen het gevolg zijn van grove…

  • ECLI:NL:GHSHE:2017:1521Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 april 2017 (belastingrecht)

    Belanghebbende is als feitelijk bestuurder terecht aansprakelijk gesteld voor belastingschulden van de BV. Geen vertrouwen aan vervalste brief die niet afkomstig is van de Belastingdienst. Geen…

  • ECLI:NL:GHSHE:2017:1522Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 april 2017 (belastingrecht)

    Belanghebbende is als feitelijk bestuurder terecht aansprakelijk gesteld voor belastingschulden van de BV. Geen vertrouwen aan vervalste brief die niet afkomstig is van de Belastingdienst. Geen…

  • ECLI:NL:RBGEL:2016:4115Rechtbank Gelderland, 25 juli 2016 (civiel recht)

    Kan nadat een vaststellingsovereenkomst is gesloten daarop nog (rechtsgeldig) worden teruggekomen?

  • ECLI:NL:RBZWB:2014:3620Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2014 (belastingrecht)

    De ontvanger heeft belanghebbende een termijn van twee dagen geboden om te worden gehoord. De rechtbank oordeelt deze termijn onredelijk kort, zodat belanghebbende de reële mogelijkheid is onthouden…

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.