Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 48 IW

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    Erfgenamen zijn niet verder aansprakelijk dan ieder tot het beloop van zijn erfdeel vermeerderd met het bedrag van hetgeen hem door de erflater is gelegateerd en vermeerderd met al wat hij van de erflater op grond van artikel 12, eerste lid, van de Successiewet 1956 krachtens erfrecht door het overlijden geacht wordt te hebben verkregen - één en ander naar de waarde in het economische verkeer op het tijdstip van overlijden van de erflater - voor: a.navorderings- en naheffingsaanslagen die na het overlijden van de belastingschuldige worden vastgesteld; b.bedragen die na het overlijden van de hoofdelijk aansprakelijk gestelde worden vastgesteld op de voet van artikel 49.

  2. 2

    In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel b, zijn erfgenamen niet aansprakelijk voor bedragen waarvoor de ontvanger de erflater op grond van artikel 36 of 36b na diens overlijden aansprakelijk stelt.

  3. 3

    Het eerste lid is niet van toepassing op: a.schenkingen als bedoeld in artikel 33 van de Successiewet 1956, onderdelen 1°, 2°, 3°, 8°, 9°, 11° en 12° en, voor zover het een schenking betreft waarvoor de verhoogde vrijstelling geldt, 5° en 7° ; b.schenkingen waarvan de schenkbelasting is kwijtgescholden op grond van artikel 67 van de Successiewet 1956.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BX9906Parket bij de Hoge Raad, 15 maart 2013 (belastingrecht)

    Bij naheffingsaanslag loonheffing in rekening gebrachte heffingsrente door werknemer vergoed aan werkgever: geen negatief loon.

  • ECLI:NL:GHDHA:2021:429Gerechtshof Den Haag, 16 maart 2021 (civiel recht)

    Verzoekschrift ex art 4:194a BW. Ontheffing onverwachte belastingschuld erfgenamen. Aanvang driemaandstermijn. Proces(on)bevoegdheid Staat. Artikel 48 Invorderingswet.

  • ECLI:NL:GHAMS:2015:329Gerechtshof Amsterdam, 5 februari 2015 (belastingrecht)

    Aansprakelijkstelling. Het beroep op de disculpatiebepaling van art. 40 lid 6 IW slaagt niet. De in het arrest HR, BNB 2014/204 geformuleerde bewijsregel is niet van toepassing, aangezien i.c. geen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.