Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 33 IW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    In afwijking in zoverre van andere wettelijke regelingen is hoofdelijk aansprakelijk voor de rijksbelastingen, verschuldigd door: a.een lichaam zonder rechtspersoonlijkheid of een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam dat niet volledig rechtsbevoegd is: ieder van de bestuurders; b.een niet in Nederland gevestigd lichaam: de leider van zijn vaste inrichting in Nederland dan wel zijn in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger; c.een lichaam dat is ontbonden: ieder van de met de vereffening belaste personen - met uitzondering van de door de rechter benoemde vereffenaar - voor zover het niet betalen van de belastingschuld het gevolg is van aan hem te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur, met dien verstande dat geen aansprakelijkstelling kan plaatsvinden indien na de ontbinding drie jaren zijn verstreken.

  2. 2

    Voor de toepassing van dit artikel wordt onder lichamen verstaan lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en wordt als bestuurder aangemerkt de volledig aansprakelijke vennoot van een maat- of vennootschap.

  3. 3

    Voor de toepassing van dit artikel wordt ingeval een bestuurder van een lichaam zelf een lichaam is, onder bestuurder mede verstaan ieder van de bestuurders van het laatstbedoelde lichaam.

  4. 4

    Degene die op grond van het eerste lid, onderdelen a en b, aansprakelijk is, is niet aansprakelijk voor zover hij bewijst dat het niet aan hem is te wijten dat de belasting niet is voldaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:178Parket bij de Hoge Raad, 23 februari 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of de Ontvanger bij beschikking van 22 november 2016 belanghebbende als bestuurder van een Antilliaanse NV aansprakelijk kon stellen voor onbetaald…

  • ECLI:NL:HR:2020:1502Hoge Raad, 25 september 2020 (belastingrecht)

    Invordering; art. 33 Invorderingswet 1990. Aansprakelijkstelling gewezen bestuurder vof.

  • ECLI:NL:PHR:2020:549Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2020 (belastingrecht)

    In deze zaak concludeert A-G Ettema op verzoek van de Hoge Raad. In het bijzonder heeft de Raad gevraagd voorgelicht te worden over de vraag of een gewezen vennoot aansprakelijk kan worden gesteld…

  • ECLI:NL:HR:2018:1112Hoge Raad, 6 juli 2018 (belastingrecht)

    Aansprakelijkheid. Art. 33, lid 1, letter a, en lid 3, Invorderingswet 1990. Director van een buitenlandse rechtspersoon die beherend vennoot is van een commanditaire vennootschap, is bestuurder van…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1453Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 3 juni 2026 (belastingrecht)

    Beschikking tot aansprakelijkstelling. Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat de inspecteur het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens te late indiening van het…

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:5982Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 augustus 2024 (belastingrecht)

    De vof waarvan belanghebbende vennoot is, was op de datum van de beschikking tot aansprakelijkstelling in gebreke met de betaling van de naheffingsaanslag loonheffingen. De ontvanger heeft…

  • ECLI:NL:GHARL:2023:8636Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 oktober 2023 (belastingrecht)

    Herzieningsverzoek.

  • ECLI:NL:GHARL:2023:8637Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 oktober 2023 (belastingrecht)

    Herzieningsverzoek.

72 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.