Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 13 IW

Geldt sinds 1 januari 2011

  1. 1

    In afwijking van artikel 4:123 van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt de betekening van het dwangbevel overeenkomstig de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot de betekening van exploten. Het dwangbevel vermeldt dat de belastingschuldige tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet kan komen.

  2. 2

    Indien de betekening geschiedt overeenkomstig artikel 47 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, vermeldt de envelop, in afwijking van de tweede volzin van het tweede lid van dat artikel, in plaats van de naam, de hoedanigheid, het kantooradres en telefoonnummer van de deurwaarder, welke ontvanger de opdracht tot betekening heeft verstrekt, alsmede diens kantooradres en telefoonnummer.

  3. 3

    In afwijking van artikel 4:123 van de Algemene wet bestuursrecht kan de betekening van het dwangbevel met bevel tot betaling ook geschieden door het ter post bezorgen van een voor de belastingschuldige bestemd afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling door de ontvanger. Indien het dwangbevel ten uitvoer wordt gelegd als bedoeld in artikel 14, wordt het bevel tot betaling geacht te zijn betekend door de belastingdeurwaarder die belast is met de tenuitvoerlegging. Uit de ongeopende envelop waarin het afschrift ter post wordt bezorgd, blijkt de naam en het adres van de belastingschuldige, alsmede een aanduiding dat de inhoud de onmiddellijke aandacht behoeft.

  4. 4

    Betekening op de voet van het derde lid is niet mogelijk ingeval: a.de ontvanger is gebleken dat de aanmaning de belastingschuldige niet heeft bereikt, of b.de invordering geschiedt met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a of onderdeel b.

  5. 5

    Voor de toepassing van de artikelen 14, 19 en 20 wordt het dwangbevel met bevel tot betaling dat op de voet van het derde lid is betekend, geacht te zijn betekend twee dagen na de datum van de terpostbezorging van het dwangbevel met bevel tot betaling.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2013:CA3743Hoge Raad, 6 december 2013 (civiel recht)

    Invordering. Vervolg van HR 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0411, NJ 2009/5. Verjaring recht tot dwanginvordering; art. 27 lid 1 IW 1990. Rechtsgeldige stuiting verjaring? Betekening dwangbevel…

  • ECLI:NL:PHR:2013:CA3743Parket bij de Hoge Raad, 7 juni 2013 (civiel recht)

    Invordering. Vervolg van HR 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0411, NJ 2009/5. Verjaring recht tot dwanginvordering; art. 27 lid 1 IW 1990. Rechtsgeldige stuiting verjaring? Betekening dwangbevel…

  • ECLI:NL:HR:2010:BN0625Hoge Raad, 9 juli 2010 (belastingrecht)

    Art. 25, lid 1, IW 1990. Art. 25, lid 1 en 2, Leidraad IW 1990 (tekst 2006). Dwangbevel. Uitstel van betaling. Bezwaarschrift kwalificeert niet mede als een verzoek om uitstel van betaling; het…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BG4156Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 2009 (belastingrecht)

    Art. 7, lid 2, Kostenwet invordering rijksbelastingen. Art. 11 en 12 Invorderingswet 1990. Art. 1 Eerste Protocol EVRM. Kosten betekening dwangbevel. Verweer dat geen aanmaning is ontvangen kan…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:11044Rechtbank Rotterdam, 19 december 2022 (belastingrecht)

    Kosten van een dwangbevel. Hebben de aanslag en aanmaning belanghebbende bereikt?

  • ECLI:NL:RBGEL:2021:6904Rechtbank Gelderland, 21 december 2021 (belastingrecht)

    Dwangbevel na terugvorderingsbeslissing kinderopvangtoeslag 2010. Te laat beslist op het bezwaar tegen dit dwangbevel. Is de dwangsomregeling van art. 4:17 van de Awb van toepassing? Nee, want die…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:2893Gerechtshof Amsterdam, 27 oktober 2020 (belastingrecht)

    Artikel 32, lid 2, Awir. Besluit tot mandaat- en volmachtverlening Belastingdienst/Belastingen van 16 augustus 2013. Terugvorderingsbeschikkingen kinderopvangtoeslag 2008 en 2009. Dwangbevelen tot…

  • ECLI:NL:RBROT:2020:6759Rechtbank Rotterdam, 31 juli 2020 (bestuursprocesrecht)

    Fiscale zaak. Omdat de heffings- en invorderingsambtenaar weigert stukken over te leggen omdat hij meent dat de belastingrechter niet bevoegd is, doet de belastingrechter de zaak af op de door…

33 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.