Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 42c IW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Hoofdelijk aansprakelijk voor de omzetbelasting die verschuldigd is ter zake van de levering van bij ministeriële regeling aan te wijzen goederen, is de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, aan wie de levering is verricht en die wist of behoorde te weten dat de ter zake van die levering verschuldigde omzetbelasting niet of niet volledig is of zal worden voldaan. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van: a.ondernemers die voorafgaand aan de in die volzin bedoelde levering leveringen van die goederen hebben verricht, indien deze leveringen hebben plaatsgevonden op of na de datum waarop die goederen bij ministeriële regeling zijn aangewezen; b.ondernemers aan wie op de in die volzin bedoelde levering volgende leveringen van die goederen zijn verricht; c.de ondernemer die tezamen met de op grond van de voorgaande bepalingen van dit lid aansprakelijke ondernemer ingevolge artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 is aangemerkt of is aangemerkt geweest als één ondernemer.

  2. 2

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt een ondernemer geacht te hebben geweten dat de omzetbelasting die verschuldigd is ter zake van de in dat lid bedoelde levering niet of niet volledig is of zal worden voldaan, indien hij door het niet of niet volledig voldaan zijn van de in dat lid bedoelde belasting voordeel heeft behaald, tenzij hij aannemelijk maakt dat dat voordeel niet voortvloeit uit of geen verband houdt met het niet of niet volledig voldaan zijn van die belasting. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt een ondernemer in ieder geval geacht voordeel te hebben behaald als aan hem voor de goederen een vergoeding in rekening is gebracht die op het tijdstip van de levering lager is dan het bedrag dat bij vrije mededinging zou moeten worden betaald of die lager is dan de vergoeding die aan zijn leverancier of aan elk van de leveranciers ter zake van voorafgaande verkrijgingen van die goederen in rekening is gebracht.

  3. 3

    Dit artikel is niet van toepassing indien de in het eerste lid bedoelde omzetbelasting verschuldigd is ter zake van een tijdens surséance van betaling of faillissement, of tijdens het van toepassing zijn van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, verrichte levering door een ondernemer, diens bewindvoerder of curator of door een pandhouder in het kader van de uitoefening van een op de geleverde goederen gevestigd pandrecht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BW5378Parket bij de Hoge Raad, 8 maart 2013 (europees bestuursrecht)

    Omzetbelasting; art. 9, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet OB en post a.6 Tabel II. ’s Hofs oordeel dat het nultarief voor intracommunautaire leveringen niet van toepassing is, getuigt van een…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BW5395Parket bij de Hoge Raad, 8 maart 2013 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 15, lid 1, en art. 35, lid 1, letter b, Wet op de omzetbelasting; recht op aftrek; aan de vereisten van vermelding van naam en adres van de leverancier op factuur is voldaan…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BW5410Parket bij de Hoge Raad, 8 maart 2013 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; - art. 15, lid 1, en art. 35, lid 1, letter b, Wet OB; art. 22, lid 3, letter b, Zesde richtlijn; recht op aftrek; aan de vereisten van vermelding van naam en adres van de leverancier…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BW5414Parket bij de Hoge Raad, 8 maart 2013 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; art. 9, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet OB en post a.6 Tabel II. Hof heeft toepassing van nultarief voor naar het Verenigd Koninkrijk overgebrachte goederen ten onrechte…

  • ECLI:NL:GHAMS:2019:1745Gerechtshof Amsterdam, 16 mei 2019 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; hoger beroep na verwijzing; art. 15 Wet OB 1968; weigering aftrek van in rekening gebrachte omzetbelasting ter zake van levering van personenauto’s, afkomstig uit Duitsland, vanwege…

  • ECLI:NL:GHARL:2017:4292Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 mei 2017 (belastingrecht)

    OB. Engelse vennootschap. Handel in computeronderdelen. Ontvankelijkheid bezwaar. Bevoegdheid tot naheffen. Intracommunautaire leveringen. Fraude. Weigering aftrek voorbelasting. Verdedigingsbeginsel.

  • ECLI:NL:GHDHA:2016:1993Gerechtshof Den Haag, 22 januari 2016 (belastingrecht)

    Tussen partijen is in geschil of belanghebbende terecht de aftrek van voorbelasting is onthouden welke haar in rekening is gebracht door Autobedrijf [G]. Het geschil spitst zich toe op het antwoord…

  • ECLI:NL:RBDHA:2014:8792Rechtbank Den Haag, 9 juli 2014 (belastingrecht)

    Omzetbelasting. Belastingfraude. Aftrek van binnen fiscale eenheid in rekening gebrachte omzetbelasting. Eiseres is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting die bestaat uit X1 BV, X2 B.V. en X3 BV.…

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.