Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 15 IW

Geldt sinds 1 juli 2020

  1. 1

    Met betrekking tot een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 9, achtste lid, en in de gevallen bedoeld in artikel 10 kan: a.een dwangbevel zonder voorafgaande aanmaning worden uitgevaardigd, of indien reeds een aanmaning is verzonden, in afwijking van de daarbij gestelde betalingstermijn, terstond worden uitgevaardigd; b.een dwangbevel terstond na het bevel tot betaling ten uitvoer worden gelegd; c.een dwangbevel indien het bevel tot betaling reeds is gedaan, voor zover nodig in afwijking van de daarbij gestelde betalingstermijn, terstond ten uitvoer worden gelegd; d.een dwangbevel indien het hernieuwd bevel tot betaling, bedoeld in artikel 14, eerste lid, reeds is gedaan, in afwijking van de daarbij gestelde betalingstermijn, terstond ten uitvoer worden gelegd; e.de betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, in afwijking van artikel 64, eerste en tweede lid, eerste volzin, en artikel 438b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen situaties geschieden op alle dagen en uren; f.in afwijking van artikel 19, negende lid, eerste volzin, een vordering worden gedaan zonder schriftelijke aankondiging daarvan aan de belastingschuldige.

  2. 2

    De voordracht voor een krachtens het eerste lid, onderdeel e, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:903Hoge Raad, 13 juni 2025 (belastingrecht)

    Omzetbelasting; Unierechtelijk verdedigingsbeginsel; boekenonderzoek; expliciet gelegenheid geven om gehoord te worden voordat het bezwarende besluit wordt genomen; tweede cassatie na arrest HR 10…

  • ECLI:NL:HR:2021:1510Hoge Raad, 5 november 2021 (belastingrecht)

    Procesrecht. Invordering. Art. 10 en art. 15 Invorderingswet 1990; art. 7, lid 1, Kostenwet invordering rijksbelastingen; art. 4:122 en 4:123 Awb; zijn kosten dwangbevel rechtsgeldig in rekening…

  • ECLI:NL:HR:2020:1200Hoge Raad, 17 juli 2020 (belastingrecht)

    Procesrecht. Invordering. Art. 10, lid 1, onderdelen b en d, en art. 15 van de Invorderingswet 1990; art. 1 Kostenwet invordering rijksbelastingen; art. 4:117 en 4:122 Awb; dwangbevel; in rekening…

  • ECLI:NL:PHR:2019:201Parket bij de Hoge Raad, 5 maart 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG: Art. 198 Sr, feitelijke leidinggeven aan onttrekken aan door de fiscus gelegd bodembeslag begaan door een rechtspersoon. De rechtspersoon (een derde, niet zijnde de belastingplichtige)…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:3421Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 mei 2026 (belastingrecht)

    Voorlopige voorziening. Spoedeisendheid?

  • ECLI:NL:GHARL:2026:3422Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 mei 2026 (belastingrecht)

    Voorlopige voorziening. Spoedeisendheid?

  • ECLI:NL:GHARL:2023:7547Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 september 2023 (belastingrecht)

    Uitspraak na verwijzing. OB. Reclamediensten. Naheffingsaanslag n.a.v. boekenonderzoek. Wie is de afnemer van de diensten? Vertrouwensbeginsel. Unierechtelijke verdedigingsbeginsel.

  • ECLI:NL:GHSHE:2022:1896Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 juni 2022 (belastingrecht)

    Belanghebbende bewijst voor de omzetbelasting niet dat de leveringen niet in Nederland zijn verricht. Belanghebbende maakt toepassing van het nihiltarief niet aannemelijk. De boete wordt vernietigd…

59 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.