Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 22 IW

Geldt sinds 1 januari 2021

  1. 1

    Derden die geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben op roerende zaken waarop ter zake van een belastingschuld beslag is gelegd, kunnen een beroepschrift richten tot de directeur, mits zulks doende vóór de verkoop en uiterlijk binnen zeven dagen, te rekenen van de dag der beslaglegging. Het beroepschrift wordt ingediend bij de ontvanger, tegen een door deze af te geven ontvangbewijs. De directeur neemt zo spoedig mogelijk een beslissing. De verkoop mag niet plaats hebben, dan acht dagen na de betekening van die beslissing aan de reclamant en aan degene tegen wie het beslag is gelegd, met nadere bepaling van de dag van verkoop.

  2. 2

    Door het indienen van een beroepschrift op de voet van het eerste lid, verliest de belanghebbende niet het recht om zijn verzet voor de burgerlijke rechter te brengen.

  3. 3

    Behoudens in het geval dat er een recht van terugvordering bestaat jegens degene die een zaak onrechtmatig of van een onbevoegde heeft verkregen, kunnen derden nimmer verzet in rechte doen tegen: a.de beslaglegging ter zake van naheffingsaanslagen in: 1°. de loonbelasting ten laste van inhoudingsplichtigen met uitzondering van naheffingsaanslagen ter zake van huispersoneel; 2°. de omzetbelasting, alsmede de belasting van personenauto’s en motorrijwielen ten laste van een ander dan degene op wiens naam het motorrijtuig is gesteld in het kentekenregister, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Wegenverkeerswet 1994; 3°. de accijns; 4°. de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van pruimtabak en snuiftabak; 5°. de in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belastingen; 6°. de dividendbelasting; 7°. de bronbelasting; 8°. de kansspelbelasting ten laste van inhoudingsplichtigen; 9°. de assurantiebelasting; b.de beslaglegging ter zake van: 1°. uitnodigingen tot betaling; 2°. ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikkingen inzake belastingrente, inzake bestuurlijke boeten die worden opgelegd in verband met vorenbedoelde naheffingsaanslagen, inzake bestuurlijke boeten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene douanewet, inzake rente op achterstallen of inzake kosten van ambtelijke werkzaamheden; indien de ingeoogste of nog niet ingeoogste vruchten, of roerende zaken tot stoffering van een huis of landhoef, of tot bebouwing of gebruik van het land, zich tijdens de beslaglegging op de bodem van de belastingschuldige bevinden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:547Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2026 (belastingrecht)

    Ontvanger, huurkoopovereenkomst, meldingsplicht, bodemzaak, executiewaarde, beloop van de betalingsverplichting

  • ECLI:NL:PHR:2020:1197Parket bij de Hoge Raad, 18 december 2020 (insolventierecht)

    Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Beëindiging huurovereenkomsten bedrijfsterreinen voorafgaand aan faillissement, waardoor geen roerende zaken meer op bodem failliet stonden. Uitleg afspraken…

  • ECLI:NL:HR:2020:798Hoge Raad, 24 april 2020 (civiel recht)

    Curaçaose zaak. Concordantiebeginsel. Fiscaal bodemrecht (art. 8 Landsverordening Dwanginvordering; art. 22 lid 3 Iw 1990). Bodem belastingsplichtige (art. 22.1 Leidraad Invordering 2008); feitelijk…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1371Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2019 (civiel recht)

    Curaçaose zaak. Concordantiebeginsel. Fiscaal bodemrecht (art. 8 Landsverordening Dwanginvordering; art. 22 lid 3 Iw 1990). Bodem belastingsplichtige (art. 22.1 Leidraad Invordering 2008); feitelijk…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:16959Rechtbank Den Haag, 17 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Primaire vordering tot nakoming vaststellingsovereenkomst afgewezen. Uit door partijen gewisselde correspondentie kan niet worden afgeleid dat tussen eiser en de Staat een bindende…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8750Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 februari 2026 (civiel recht)

    Tussenvonnis. Omvang van de rechten van de pandhouder op vermogensbestanddelen van failliet, voor en na datum faillissement. Pandrechten op NOW en TVL gelden?

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:2117Gerechtshof Den Haag, 30 september 2025 (belastingrecht)

    Aanslag IB/PVV 2017 en Zvw 2017. Vereiste aangifte niet gedaan; geen overmacht; bewijslast omgekeerd en verzwaard. Redelijke schatting; het vastgestelde ROW is onvoldoende onderbouwd. Panden zijn wel…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:2130Gerechtshof Den Haag, 30 september 2025 (belastingrecht)

    Aanslagen IB/PVV 2017 en Zvw 2017. Vereiste aangifte niet gedaan; geen overmacht; bewijslast omgekeerd en verzwaard. Redelijke schatting. Geen beroep op opgewekt vertrouwen, geen détournement de…

79 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.