Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 26a IW

Geldt sinds 5 november 2022

  1. 1

    De ontvanger verleent bij voor bezwaar vatbare beschikking ambtshalve kwijtschelding van het nog op 31 december 2020 openstaande bedrag van een belastingaanslag van een persoon als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen.

  2. 2

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op: a.belastingaanslagen die niet voor 1 januari 2021 bekend zijn gemaakt en betrekking hebben op een tijdvak dat is geëindigd, dan wel een tijdstip dat is gelegen, voor 1 januari 2021; b.nog openstaande bedragen, niet zijnde belastingen, die door de ontvanger worden ingevorderd met toepassing dan wel overeenkomstige toepassing van deze wet.

  3. 3

    De ontvanger verleent bij voor bezwaar vatbare beschikking aan degene, bedoeld in het eerste lid, die aansprakelijk is gesteld overeenkomstig artikel 49 voor de belasting of bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, ontslag van de verplichting tot betaling van die belastingen of bedragen.

  4. 4

    Indien het openstaande bedrag, bedoeld in het eerste lid, na 31 december 2020 is verminderd als gevolg van een betaling of verrekening, betaalt de ontvanger het bedrag waarmee het openstaande bedrag is verminderd uit aan de belastingschuldige.

  5. 5

    Geen kwijtschelding wordt verleend indien het ontstaan of niet voldoen van de belastingaanslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de belastingschuldige.

  6. 6

    De ontvanger verleent de kwijtschelding uiterlijk drie maanden na het tijdstip waarop dit artikel in werking is getreden, of indien dit later is, uiterlijk binnen drie maanden na het toekennen, afwijzen of vermindering tot nihil van het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen of indien dit nog later is, uiterlijk binnen drie maanden na bekendmaking van de belastingaanslag. De ontvanger kan de termijn eenmaal met maximaal drie maanden verlengen en stelt de belastingschuldige hiervan uiterlijk op de laatste dag van die termijn in kennis. Verder uitstel is mogelijk voor zover de belanghebbende daarmee instemt.

  7. 7

    In afwijking van het eerste en zesde lid verleent de ontvanger uiterlijk binnen drie maanden kwijtschelding van het nog openstaande bedrag van een voorlopige aanslag nadat de aanslag over dezelfde belastingschuld is opgelegd en bekendgemaakt.

  8. 8

    Belastingen verschuldigd door personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen en waarvan de verschuldigdheid voortvloeit uit de uitoefening van het bedrijf of zelfstandig beroep worden kwijtgescholden tot maximaal het bedrag dat de belastingschuldige nog als de-minimissteun kan ontvangen als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352).

  9. 9

    Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de beschikking, bedoeld in het eerste lid, is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1364Hoge Raad, 19 september 2025 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:HR:2025:1365Hoge Raad, 19 september 2025 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8023Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 augustus 2026 (belastingrecht)

    Artikel 26a, eerste lid, Invorderingswet 1990. Kwijtschelding zakelijke belastingschulden. De rechtbank beoordeelt de juistheid van de kwijtscheldingsbeschikking. Belanghebbende is het eens met de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8024Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 augustus 2026 (belastingrecht)

    Artikel 26a, vijfde lid, Invorderingswet 1990. Kwijtschelding zakelijke belastingschulden. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de belastingschulden die zien op de naheffingsaanslagen…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:4179Rechtbank Gelderland, 27 mei 2026 (belastingrecht)

    Invorderingswet 1990. Kwijtschelding aanslag IB/PVV. Toeslagenouder. Geen kwijtschelding van de aanslag. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:896Gerechtshof Amsterdam, 1 april 2025 (belastingrecht)

    Ontvankelijkheid beroep niet tijdig beslissen op aanvraag art. 26a IW; geen dwangsom toegekend; geen openstaande belastingschulden

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:993Gerechtshof Amsterdam, 1 april 2025 (belastingrecht)

    Ontvankelijkheid beroep niet tijdig beslissen op aanvraag art. 26a IW; geen dwangsom toegekend; geen openstaande belastingschulden

  • ECLI:NL:RVS:2024:3674Raad van State, 11 september 2024 (bestuursrecht)

    Bij koninklijk besluit van 20 december 2023, nr. 2023-0000752151 (Stcr. 2023, 35354), heeft de Kroon, op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.