Burgerlijk Wetboek Boek 5

BW

Huidige tekst

Artikel 5:84 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Hij die een recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik op een onroerende zaak heeft, kan een erfdienstbaarheid ten behoeve van deze zaak bedingen. Hij kan haar ook met een erfdienstbaarheid belasten.

  2. 2

    Erfdienstbaarheden, bedongen door een beperkt gerechtigde ten behoeve van de zaak waarop zijn recht rust of door een opstaller ten behoeve van de opstal, gaan bij het einde van het beperkte recht slechts teniet, indien dit in de akte van vestiging van de erfdienstbaarheid is bepaald. Blijft de erfdienstbaarheid voortbestaan, dan staat een beding als bedoeld in artikel 82 lid 2 niet langer aan afstand van de erfdienstbaarheid in de weg.

  3. 3

    Erfdienstbaarheden, gevestigd door een beperkt gerechtigde ten laste van de zaak waarop zijn recht rust of door een opstaller ten laste van de opstal, gaan teniet bij het einde van het beperkte recht, tenzij dit eindigt door vermenging of afstand of de eigenaar van de zaak waarop het beperkte recht rustte bij een in de openbare registers ingeschreven akte heeft verklaard met de vestiging van de erfdienstbaarheid in te stemmen.

  4. 4

    De erfpachter, opstaller of vruchtgebruiker wordt voor de toepassing van de overige artikelen van deze titel aangemerkt als eigenaar van het heersende, onderscheidenlijk het dienende erf.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:30Parket bij de Hoge Raad, 14 januari 2022 (civiel recht)

    Verkrijgende verjaring recht van erfpacht of erfdienstbaarheid (art. 3:105 BW); ondubbelzinnig bezit; objectieve aanwijzingen; bewijslast; beëindiging bezit erfpachtrecht door toegang derden?…

  • ECLI:NL:PHR:2006:AX9402Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2006 (civiel recht)

    Geschil tussen grondeigenaren over de vraag of voor een gedeeltelijk verhard pad op het perceel van de ene eigenaar door langdurig gemeenschappelijk gebruik door buren van aanliggende erven is…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7175Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2026 (civiel recht)

    Geen erfdienstbaarheid ontstaan door vestiging of verjaring.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:749Rechtbank Midden-Nederland, 21 januari 2026 (civiel recht)

    Recht van overpad. Extinctieve verjaring (artikel 3:105 BW). Bezit. Misbruik van bevoegdheid (artikel 3:13 BW). (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2024:4325, ECLI:NL:RBMNE:2025:5750)

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:241Gerechtshof Den Haag, 6 februari 2024 (civiel recht)

    Geschil over de erfpacht van een strook grond en het gebruik van het deel van een bedrijfshal dat op die strook staat. Beoordeling van de vragen of het recht van erfpacht op de strook grond door de…

  • ECLI:NL:GHARL:2019:5852Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 juli 2019 (civiel recht)

    Titelzuiverende werking ruilverkaveling. Kan beklemde meier door verkrijgende verjaring een erfdienstbaarheid doen ontstaan? Bewijsopdracht.

  • ECLI:NL:RBGEL:2019:1980Rechtbank Gelderland, 1 mei 2019 (civiel recht)

    Nieuwe eigenaar toegangsweg komt de afgesproken verplichting tot onderhoud van die weg niet na waardoor de gebruiker van die weg, een centrum voor de opvang van jongeren, ernstige hinder ondervindt.

  • ECLI:NL:CRVB:2018:3474Centrale Raad van Beroep, 7 november 2018 (socialezekerheidsrecht)

    Conclusie van advocaat-generaal Widdershoven over de toepassing van het leerstuk van afgeleid belang in algemene zin en in het sociaal domein in het bijzonder. In de conclusie wordt vijf vuistregels…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.