Burgerlijk Wetboek Boek 5

BW

Huidige tekst

Artikel 5:126 BW

Reservefonds van de vereniging van eigenaars redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2018

  1. 1

    De vereniging van eigenaars voert het beheer over de gemeenschap, met uitzondering van de gedeelten die bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. De vereniging houdt een reservefonds in stand ter bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten.

  2. 2

    De jaarlijkse reservering ten behoeve van het reservefonds, bedoeld in het vorige lid, bedraagt ten aanzien van een voor bewoning bestemd gebouw, met inbegrip van een gebouw dat gedeeltelijk voor bewoning is bestemd: a.ten minste het bedrag dat is vastgesteld door de vergadering van eigenaars ter uitvoering van een door de vergadering van eigenaars vastgesteld onderhoudsplan van ten hoogste vijf jaren oud ten aanzien van de gedeelten die niet bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, dat betrekking heeft op een periode van ten minste tien jaar en waarin de benodigde onderhouds- en herstelwerkzaamheden alsmede de geplande vernieuwingen zijn opgenomen daaronder mede begrepen een berekening van de aan die werkzaamheden en vernieuwingen verbonden kosten en een gelijkmatige toerekening van die kosten aan de onderscheiden jaren; of b.ten minste 0,5% procent van de herbouwwaarde van het gebouw.

  3. 3

    In een reservefonds ten aanzien van een gebouw als bedoeld in het vorige lid, aanhef, worden de bijdragen gedeponeerd op een afzonderlijke betaalrekening of spaarrekening als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, ten name van de vereniging van eigenaars. Van de vorige volzin kan slechts worden afgeweken bij reglement, bij besluit van de vergadering van eigenaars, genomen met een meerderheid van ten minste vier vijfde van het aantal stemmen dat aan de appartementseigenaars toekomt, of door middel van het ten behoeve van de bijdragen verstrekken van een bankgarantie ten name van de vereniging van eigenaars.

  4. 4

    Tenzij het reglement uitdrukkelijk anders bepaalt, is de vereniging bevoegd een overeenkomst van geldlening aan te gaan.

  5. 5

    De vereniging kan binnen de grenzen van haar bevoegdheid de gezamenlijke appartementseigenaars in en buiten rechte vertegenwoordigen.

  6. 6

    De vereniging ziet toe op de nakoming van de verplichtingen die voor de appartementseigenaars uit het bij of krachtens de wet en het reglement bepaalde jegens elkander voortvloeien en kan te dien einde in rechte tegen hen optreden. Onder appartementseigenaars wordt hier begrepen hij die een gebruiksrecht aan een appartementseigenaar ontleent.

  7. 7

    Zolang tweederde deel van de appartementsrechten, daaronder mede begrepen het aan die appartementsrechten verbonden aantal stemmen, niet is overgedragen onmiddellijk na oprichting van de vereniging van eigenaars, gaat de vereniging van eigenaars geen overeenkomsten voor onderhoud aan met een langere looptijd dan een jaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:705Hoge Raad, 6 juni 2024 (belastingrecht)

    Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) Vermogensrendementsheffing ook onder de Herstelwet strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. Werkelijk…

  • ECLI:NL:PHR:2023:655Parket bij de Hoge Raad, 1 september 2023 (belastingrecht)

    Besluit en Wet Rechtsherstel box 3: bieden die het volgens het Kerstarrest HR BNB 2022/27 vereiste rechtsherstel? Geldt voor een aandeel in een VvE-reserve het wettelijke rendement voor banktegoeden…

  • ECLI:NL:HR:2023:952Hoge Raad, 23 juni 2023 (belastingrecht)

    Box 3; artikel 5:126 BW; reservefonds; ECLI:NL:HR:2010:BL7268.

  • ECLI:NL:PHR:2023:260Parket bij de Hoge Raad, 3 maart 2023 (civiel recht)

    Appartementsrecht; vervangende machtiging tot wijziging splitsingsakte (art. 5:140 BW); maatstaf; vervangende machtiging tot verrichten (beheers)handelingen (art. 5:121 BW); reikwijdte…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:12903Rechtbank Rotterdam, 23 september 2026 (civiel recht)

    VvE-zaak, toetsingskader voor nietig c.q. vernietigbaar besluit (2:14 lid 1 en 2:15 lid 1 sub b BW) juncto artikel 2:8 lid 1 BW. Dit leidt tot het toetsingskader dat de vergadering bij afweging van…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6785Rechtbank Oost-Brabant, 21 september 2026 (civiel recht)

    Het bestreden besluit waarin tijdens de algemene ledenvergadering van de VvE een concept-huurovereenkomst met meerderheid van stemmen is goedgekeurd, is nietig, want het besluit kwalificeert niet als…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2820Gerechtshof Den Haag, 15 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Aansprakelijkstelling VvE. Vorderingen afgewezen. Geen deugdelijke grondslag. VvE is geen bezitter van de beheerde opstal. Dus geen aansprakelijkheid ex art. 6:174 BW. Ook geen hoofdelijke…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7411Rechtbank Gelderland, 9 september 2026 (verbintenissenrecht)

    VvE-zaak; schade na verwijderen draagmuur zonder toestemming van de VvE; procesbevoegdheid VvE; herstel draagmuur en gevolgschade; geen onrechtmatige daad VvE.

228 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.