Burgerlijk Wetboek Boek 5

BW

Huidige tekst

Artikel 5:33 BW

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Verplaatst zich, nadat de grens is vastgelegd, de oeverlijn van een openbaar water landinwaarts, dan moet de eigenaar van het overspoelde erf het gebruik van het water overeenkomstig de aan dat water op grond van de Omgevingswet toegekende functies dulden.

  2. 2

    Verplaatst zich, nadat de grens is vastgelegd, de oeverlijn van een water dat de eigenaar van het aanliggende erf voor enig doel mag gebruiken, in de richting van het water, dan kan de eigenaar van dat erf vorderen dat hem op de drooggekomen grond een of meer erfdienstbaarheden worden verleend, waardoor hij zijn bevoegdheden ten aanzien van het water kan blijven uitoefenen.

  3. 3

    Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing ten behoeve van hem die het water voor enig doel mag gebruiken en daartoe een erfdienstbaarheid op het aan het water liggende erf heeft.

  4. 4

    In geval van grensvastlegging overeenkomstig artikel 32 zijn de vorige leden reeds van toepassing, wanneer de oeverlijn zich na de inschrijving van de vordering verplaatst.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:356Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2021 (civiel recht)

    Overnachtingshaven beroepsvaart; openbaar vaarwater; gewoon gebruik; erfdienstbaarheid; wijze van uitoefening (art. 5:73 BW); verzwaring; formele rechtskracht omgevingsvergunning meerpalen; dwangsom…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:26Gerechtshof Den Haag, 21 januari 2020 (civiel recht)

    Geschil over de vraag of een overnachtingshaven openbaar vaarwater is geworden en of de eigenaar moet dulden dat door een wijziging van de infrastructuur in de overnachtingshaven zijn eigendom…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.