Burgerlijk Wetboek Boek 5

BW

Huidige tekst

Artikel 5:13 BW

Eigendom van een gevonden schat redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Een schat komt voor gelijke delen toe aan degene die hem ontdekt, en aan de eigenaar van de onroerende of roerende zaak, waarin de schat wordt aangetroffen.

  2. 2

    Een schat is een zaak van waarde, die zolang verborgen is geweest dat daardoor de eigenaar niet meer kan worden opgespoord.

  3. 3

    De ontdekker is verplicht van zijn vondst aangifte te doen overeenkomstig artikel 5 lid 1 onder a. Indien geen aangifte is gedaan of onzeker is aan wie de zaak toekomt, kan de gemeente overeenkomstig artikel 5 lid 1 onder c vorderen dat deze aan haar in bewaring wordt gegeven, totdat vaststaat wie rechthebbende is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2015:2301Parket bij de Hoge Raad, 29 september 2015 (strafrecht)

    HR: art. 81.1 RO.

  • ECLI:NL:PHR:2003:AD3578Parket bij de Hoge Raad, 6 juni 2003 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:2003:AD3591Parket bij de Hoge Raad, 6 juni 2003 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1862Rechtbank Gelderland, 11 maart 2026 (goederenrecht)

    Erfgoedwet. Eigendomsverkrijging archeologische vondst van 700 vuurstenen afslagen. Is sprake van een toevelsvondst door een amateurarcheoloog (eiser) of van een vondst bij opgraving (5.7…

  • ECLI:NL:RBUTR:2003:AF4007Rechtbank Utrecht, 5 februari 2003 (civiel recht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.