Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 23 OLW

Geldt sinds 1 oktober 2024

  1. 1

    Indien de officier van justitie reeds aanstonds van oordeel is dat de overlevering niet kan worden toegestaan op grond van het voorliggende Europees aanhoudingsbevel, brengt hij dit oordeel uiterlijk op de derde dag na ontvangst van het Europees aanhoudingsbevel ter kennis van de rechtbank, onder overlegging van het Europees aanhoudingsbevel met bijbehorende vertaling. De rechtbank kan in dat geval het bepaalde in artikel 23, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering buiten toepassing laten. De rechtbank beslist binnen een termijn van tien dagen over het reeds aanstonds weigeren van de overlevering. Indien de rechtbank beslist dat het Europees aanhoudingsbevel wordt geweigerd, stelt de officier van justitie de uitvaardigende justitiële autoriteit onmiddellijk in kennis van deze beslissing.

  2. 2

    In alle andere gevallen vordert de officier van justitie uiterlijk op de derde dag na de ontvangst van het Europees aanhoudingsbevel of op de derde dag na de beslissing van de rechtbank dat het Europees aanhoudingsbevel niet reeds aanstonds kan worden geweigerd schriftelijk, dat de rechtbank het aanhoudingsbevel in behandeling zal nemen. Hij legt daartoe het Europees aanhoudingsbevel met bijbehorende vertaling en, in voorkomend geval, van de uitvaardigende justitiële autoriteit ontvangen aanvullende informatie aan de rechtbank over. In voorkomend geval vermeldt hij daarbij dat ten aanzien van de opgeëiste persoon een concurrerend uitleveringsverzoek ter fine van strafvervolging is ontvangen en dat het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd nadat de uitvaardigende justitiële autoriteit overeenkomstig artikel 2, derde lid, in de gelegenheid is gesteld om een Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen voor dezelfde feiten als die welke aan het uitleveringsverzoek ten grondslag liggen.

  3. 3

    Een afschrift van de krachtens het tweede lid vereiste vordering, met als bijlage een kopie van het Europees aanhoudingsbevel, de bijbehorende vertaling en, in voorkomend geval, de aanvullende informatie wordt aan de opgeëiste persoon betekend. De eerste volzin geldt eveneens in het geval dat de officier van justitie naar aanleiding van een naderhand ontvangen ander Europees aanhoudingsbevel zijn vordering heeft aangevuld of gewijzigd. Van de ontvangst van aanvullende stukken, die in het dossier worden gevoegd, wordt de opgeëiste persoon mededeling gedaan. Indien de opgeëiste persoon de taal waarin het Europees aanhoudingsbevel is gesteld of die van de bijbehorende vertaling niet of onvoldoende beheerst, wordt hem een schriftelijke vertaling van ten minste de relevante onderdelen van het Europees aanhoudingsbevel in een voor hem begrijpelijke taal verstrekt. Als relevante onderdelen worden aangemerkt de lidstaat waarin het bevel is uitgevaardigd, het besluit dat aan het aanhoudingsbevel ten grondslag ligt en de duur van de nog uit te zitten straf dan wel een beknopte omschrijving van het strafbare feit dat ten grondslag ligt aan het bevel.

  4. 4

    Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de officier naar aanleiding van een naderhand ontvangen uitleveringsverzoek zijn vordering heeft aangevuld of gewijzigd.

  5. 5

    Indien tegen de opgeëiste persoon in Nederland een strafvervolging gaande is voor het feit dat aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt, zendt de officier van justitie eveneens een afschrift van zijn vordering ter kennisneming aan de officier van justitie die met de vervolging is belast, met het verzoek hem onverwijld te informeren of de vervolging kan worden gestaakt.

  6. 6

    Indien tegen de opgeëiste persoon in Nederland een strafvervolging gaande is voor een ander feit dan aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt, zendt de officier van justitie eveneens een afschrift van zijn vordering ter kennisneming aan de officier van justitie die met de vervolging is belast, met het verzoek hem onverwijld te informeren over de stand van zaken met betrekking tot die vervolging.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:384Hoge Raad, 14 maart 2023 (strafrecht)

    Overlevering van opgeëiste persoon (Poolse nationaliteit) naar Polen t.z.v. veroordeling voor fraude en valsheid in geschrift. In art. 29.2 Overleveringswet is bepaald dat tegen uitspraak als deze…

  • ECLI:NL:HR:2023:257Hoge Raad, 21 februari 2023 (strafrecht)

    Overleveringszaak. In art. 29 lid 2 Overleveringswet is bepaald dat tegen uitspraak als deze geen rechtsmiddel openstaat. Een gewoon rechtsmiddel, zoals dit cassatieberoep, staat dus niet open. Dat…

  • ECLI:NL:HR:2023:258Hoge Raad, 21 februari 2023 (strafrecht)

    Overleveringszaak. In art. 29 lid 2 Overleveringswet is bepaald dat tegen uitspraak als deze geen rechtsmiddel openstaat. Een gewoon rechtsmiddel, zoals dit cassatieberoep, staat dus niet open. Dat…

  • ECLI:NL:PHR:2023:159Parket bij de Hoge Raad, 14 februari 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Overleveringszaak. Opgeëiste persoon kan op grond van art. 29.2 OLW niet in zijn beroep worden ontvangen. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10376Rechtbank Amsterdam, 22 oktober 2026 (europees strafrecht)

    Frans executie-EAB. Uitspraak. Artikel 12 OLW: Onvoldoende duidelijk dat de opgeëiste persoon gebruik heeft kunnen maken van zijn verdedigingsrechten; onvoldoende beslistermijn om aanvullende vragen…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10378Rechtbank Amsterdam, 22 oktober 2026 (europees strafrecht)

    Duits vervolgings-EAB. Uitspraak. Artikel 13 OLW: Feit heeft zich volledig afgespeeld op Duits grondgebied; verweer van de raadsman verworpen. Artikel 6 OLW: Geen beroep op de terugkeergarantie…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10363Rechtbank Amsterdam, 21 oktober 2026 (europees strafrecht)

    Vervolgings-EAB uit Roemenië. Artikel.7 OLW; verweer dat lijstfeit ten onrechte is aangekruist verworpen. Artikel 11 OLW; het door de rechtbank vastgestelde algemene gevaar wordt door de verstrekte…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10364Rechtbank Amsterdam, 21 oktober 2026 (internationaal strafrecht)

    Vervolgings-EAB uit Duitsland. Art 2; genoegzaamheidsverweer verworpen. Art 6 OLW: stukken ter onderbouwing van het gelijkstellingsverweer zijn te laat ingediend en het verweer wordt buiten…

4.077 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.