Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 43 OLW

Geldt sinds 1 april 2021

  1. 1

    In geval van toepassing van artikel 40, eerste lid, bepaalt de officier van justitie, na overleg met de bevoegde buitenlandse autoriteiten, onverwijld de tijd en de plaats waarop de feitelijke overlevering zal geschieden.

  2. 2

    De officier van justitie kan, zo nodig, met het oog op de feitelijke overlevering krachtens deze paragraaf, de aanhouding van de opgeëiste persoon bevelen voor ten hoogste drie dagen. Indien de feitelijke overlevering niet binnen de termijn van drie dagen heeft kunnen plaatsvinden, kan het bevel tot aanhouding door de officier van justitie eenmaal voor ten hoogste drie dagen worden verlengd. Artikel 37, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2017:3516Rechtbank Noord-Nederland, 29 augustus 2017 (strafrecht)

    De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft op 29 augustus 2017 een verdachte die zich tweemaal schuldig had gemaakt aan oplichting, veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.