Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 54 OLW

Geldt sinds 1 oktober 2024

  1. 1

    De rechtbank staat op verzoek van de uitvaardigende justitiële autoriteit, gehoord de officier van justitie, toe dat een opgeëiste persoon die op basis van een Europees aanhoudingsbevel ten behoeve van een tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek is aangehouden, voorafgaand aan de beslissing over de overlevering, tijdelijk ter beschikking wordt gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit voor het afleggen van een verklaring.

  2. 2

    De rechtbank staat de tijdelijke terbeschikkingstelling niet toe, indien de opgeëiste persoon daardoor niet aanwezig zou kunnen zijn op het door de rechtbank, overeenkomstig artikel 24, eerste lid, bepaalde tijdstip waarop de opgeëiste persoon zal worden gehoord.

  3. 3

    De rechtbank bepaalt daartoe, gehoord de officier van justitie, in overleg met de uitvaardigende justitiële autoriteit de duur van de terbeschikkingstelling en de voorwaarden waaronder de terbeschikkingstelling plaatsvindt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2021:2468Rechtbank Amsterdam, 7 mei 2021 (europees strafrecht)

    Pools EAB t.b.v. vervolging. Overlevering toegestaan. Bespreking verweren ex artikel 2, 13 en 54 OLW en artikel 11 OLW jo. artikel 4 en 47 Handvest

  • ECLI:NL:RBAMS:2009:BK4980Rechtbank Amsterdam, 7 mei 2009 (strafrecht)

    Frankrijk heeft overlevering van de opgeëiste persoon verzocht. De rechtbank heeft de overlevering toegestaan. Er is geen sprake van een onherroepelijk Frans verstekvonnis, zodat de weigeringsgrond…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.