Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 26 OLW

Geldt sinds 1 oktober 2024

  1. 1

    De rechtbank onderzoekt de identiteit van de opgeëiste persoon op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, alsmede de ontvankelijkheid van het Europees aanhoudingsbevel en de mogelijkheid van overlevering. De rechtbank is tevens bevoegd de identiteit van de opgeëiste persoon vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, tweede lid, van dat wetboek, indien over zijn identiteit twijfel bestaat. Artikel 29c, tweede lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    De officier van justitie geeft ter zitting van de rechtbank zijn opvatting over de verzochte overlevering en legt een schriftelijke samenvatting, waarin, in voorkomend geval, de beslissing tot staking van de vervolging is vermeld, aan de rechtbank over. De opgeëiste persoon en diens raadsman worden eveneens in de gelegenheid gesteld tot het maken van ter zake dienende opmerkingen omtrent het Europees aanhoudingsbevel en de in verband daarmede te nemen beslissingen.

  3. 3

    In geval van samenloop van Europese aanhoudingsbevelen vermeldt de officier van justitie eveneens aan welk van de Europese aanhoudingsbevelen – voor zover de overlevering op basis daarvan kan worden toegestaan – de rechtbank naar zijn oordeel voorrang zal geven, daarbij rekening houdend met het belang van een goede rechtsbedeling en voorts in het bijzonder met: a.de meerdere of mindere ernst van de verschillende feiten waarvoor de overlevering is gevraagd; b.de plaats of plaatsen waar de feiten zijn begaan; c.de data van de onderscheiden Europese aanhoudingsbevelen; d.het doel van de overlevering; e.de mate waarin de nationaliteit van de opgeëiste persoon een belemmering zal vormen voor verderlevering; f.de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon, nadat hij naar het grondgebied van een van de betrokken lidstaten is verwijderd, vervolgens door de justitiële autoriteiten van die lidstaat ter beschikking wordt gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit van een andere lidstaat.

  4. 4

    Indien de rechtbank zulks met het oog op het door haar krachtens het eerste lid in te stellen onderzoek noodzakelijk acht, gelast zij, rekening houdend met de termijnen, genoemd in artikel 22, – zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging – tegen een door haar te bepalen tijdstip de dagvaarding of schriftelijke oproeping van getuigen of deskundigen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2006:AY6631Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2006 (strafrecht)

    Cassatie in belang der wet. Uitleg art. 13 Overleveringswet (OLW). Rb weigerde overlevering omdat OvJ i.v.m. de namens de opgeëiste persoon aangevoerde redenen van humanitaire aard in redelijkheid…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9042Rechtbank Amsterdam, 8 september 2026 (europees strafrecht)

    Italiaans vervolgings-EAB, beroep op de terugkeergarantie, verweer m.b.t. artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a OLW verworpen, verweer m.b.t. artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c OLW…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4162Rechtbank Amsterdam, 22 april 2026 (europees strafrecht)

    Vervolgings-EAB Duitsland. Overlevering toegestaan. EAB gelijktijdig behandeld met executie-EAB Tsjechië. De rechtbank is, gelet op artikel 26, derde lid, OLW, van oordeel dat moet worden gegeven aan…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4163Rechtbank Amsterdam, 22 april 2026 (europees strafrecht)

    Executie-EAB Tsjechië. Overlevering toegestaan. EAB gelijktijdig behandeld met vervolgings-EAB Duitsland. Artikel 12 OLW. Verzetsgarantie verstrekt en voldoet aan de eisen. Artikel 7 OLW. Feit is…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:9562Rechtbank Amsterdam, 3 december 2025 (europees strafrecht)

    Vervolgings-EAB Tsjechië. Overlevering toegestaan. Artikel 6 OLW. Gelijkstellingsverweer gehonoreerd, gelet op een eerdere uitspraak in een andere overleveringszaak ten aanzien van deze opgeëiste…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:8803Rechtbank Amsterdam, 12 november 2025 (europees strafrecht)

    Belgisch vervolgings-EAB. Voortzetting onderzoek ter zitting na tussenuitspraak van 25 september 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:7102). Overlevering toegestaan.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:7311Rechtbank Amsterdam, 1 oktober 2025 (europees strafrecht)

    Vervolgings-EAB uit Tsjechië. Samenloop van EAB's: in het kader van een goede rechtsbedeling wordt voorrang gegeven aan het vervolgings-EAB uit Oostenrijk boven het onderhavige vervolgings-EAB uit…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:7312Rechtbank Amsterdam, 1 oktober 2025 (europees strafrecht)

    Vervolgings-EAB uit Oostenrijk. Samenloop van EAB's: in het kader van een goede rechtsbedeling wordt voorrang gegeven aan het onderhavige vervolgings-EAB uit Oostenrijk boven het vervolgings-EAB uit…

113 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.