Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 9 OLW

Geldt sinds 1 oktober 2024

  1. 1

    Overlevering van de opgeëiste persoon kan worden geweigerd voor een feit ter zake waarvan: a.tegen hem een strafvervolging in Nederland gaande is; b.in Nederland is besloten om af te zien van vervolging wegens het strafbaar feit waarvoor het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd of om de vervolging voor dit feit niet voort te zetten; c.hij naar het recht van een andere lidstaat niet meer kan worden vervolgd, ten gevolge van een in die lidstaat ter zake van hetzelfde feit genomen onherroepelijke beslissing; d.te zijnen aanzien een overeenkomstig het tweede lid, onder a, onherroepelijke beslissing door een rechter van een derde land is genomen; e.hij bij rechterlijk gewijsde van een rechter in een derde land is veroordeeld, in gevallen als bedoeld in het tweede lid, onder b, sub 1 tot en met 4; f.naar Nederlands recht rechtsmacht kon worden uitgeoefend, maar wegens verjaring geen vervolging, of, zo de overlevering is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel, geen bestraffing meer kan plaatshebben.

  2. 2

    De overlevering van de opgeëiste persoon wordt niet toegestaan voor een feit ter zake waarvan: a.hij bij gewijsde van de Nederlandse rechter is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging, dan wel te zijnen aanzien een overeenkomstige onherroepelijke beslissing door een rechter van een andere lidstaat van de Europese Unie is genomen; b.hij bij rechterlijke gewijsde van de Nederlandse rechter dan wel van een rechter in een andere lidstaat van de Europese Unie is veroordeeld, in gevallen waarin: 1°. de opgelegde straf of maatregel reeds is ondergaan; 2°. de opgelegde straf of maatregel niet meer voor tenuitvoerlegging of verdere tenuitvoerlegging vatbaar is; 3°. de veroordeling een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel inhoudt; 4°. de opgelegde straf of maatregel in Nederland wordt ondergaan; c.hij in Nederland is vervolgd, maar hernieuwde vervolging is uitgesloten op grond van artikel 255 of artikel 255a van het Wetboek van Strafvordering, dan wel in Nederland het recht tot strafvordering is vervallen omdat hij aan voorwaarden heeft voldaan die door de officier van justitie voor aanvang van de terechtzitting ter voorkoming van de strafvervolging zijn gesteld, dan wel te zijnen aanzien een overeenkomstige beslissing is genomen in een andere lidstaat waarbij sprake is van een onherroepelijke berechting voor dezelfde feiten.

  3. 3

    Onderdeel a van het eerste lid lijdt uitzondering in gevallen waarin Onze Minister na advies van het openbaar ministerie en voorafgaand aan de beslissing tot overlevering opdracht heeft gegeven de vervolging te staken.

  4. 4

    Onderdeel c van het tweede lid lijdt uitzondering in gevallen waarin de vervolging in Nederland is gestaakt, hetzij omdat de Nederlandse strafwet op grond van een van de artikelen 2 tot en met 8d van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing bleek te zijn, hetzij omdat aan berechting in het buitenland de voorkeur werd gegeven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:2659Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2013 (strafrecht)

    Cassatie in het belang der wet. Uitleg art. 6.5 Overleveringswet (OLW). De voorwaarde van rechtsmacht is ten onrechte door de Rb buiten toepassing gelaten. De Rechtbank heeft de overlevering van de…

  • ECLI:NL:HR:2013:943Hoge Raad, 15 oktober 2013 (strafrecht)

    WOTS-zaak. Tul in NL van een in Frankrijk opgelegde straf. Aftrek voorarrest. Tegen de achtergrond van hetgeen in de conclusie AG is opgemerkt over de totstandkoming van art. 11.1ahf.c van het…

  • ECLI:NL:PHR:2013:956Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2013 (strafrecht)

    WOTS-zaak. Tul in NL van een in Frankrijk opgelegde straf. Aftrek voorarrest. Tegen de achtergrond van hetgeen in de conclusie AG is opgemerkt over de totstandkoming van art. 11.1ahf.c van het…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BH5357Parket bij de Hoge Raad, 26 mei 2009 (strafrecht)

    Herziening. 1. Art. 68 Sr en art. 54 SUO. 2. Verzoek om nader onderzoek. Ad 1. Aanvrager voert aan dat het OM n-o had moeten worden verklaard o.g.v. art. 68 Sr en art. 54 SUO nu hij t.z.v. dezelfde…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9876Rechtbank Amsterdam, 6 oktober 2026 (strafrecht)

    De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van vervolging voor hetzelfde feit (moord/doodslag) in Nederland. De opgeëiste persoon is eerst in Nederland is aangehouden op grond van artikel 287/289…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10090Rechtbank Amsterdam, 23 september 2026 (europees strafrecht)

    Italiaans vervolgings-EAB. Genoegzaamheid en onschuldverweer verworpen. Lijstfeit. Terugkeergarantie. Artikel 9 OLW: ne bis in idem. Detentieomstandigheden. Artikel 8 EVRM (family life).…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10015Rechtbank Amsterdam, 22 september 2026 (europees strafrecht)

    Vervolging-EAB Italië: Tussenuitspraak om af te wachten of er toestemming van de Colombiaanse autoriteiten is voor verderlevering, overwegingen m.b.t. het verlengen van de beslistermijn, artikel 9…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9259Rechtbank Amsterdam, 16 september 2026 (europees strafrecht)

    Vervolgins-EAB uit Roemenië. Artikel 12 OLW; uit de aanvullende informatie blijkt dat de grondslag van het EAB pre-trial detention warrant is en geen beslissing die aan artikel 12 OLW moet worden…

411 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.