Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 40 OLW

Geldt sinds 1 oktober 2024

  1. 1

    Uiterlijk tien dagen nadat een verklaring overeenkomstig artikel 39 is afgelegd, beslist de rechtbank of de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit van wie de signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, of het Europees aanhoudingsbevel is uitgegaan.

  2. 2

    Het eerste lid blijft in ieder geval buiten toepassing indien voor het feit of de feiten, in verband waarmee de signalering is gedaan of het Europees aanhoudingsbevel is afgegeven, ingevolge artikel 9, tweede lid, artikel 10 of artikel 11 geen overlevering wordt toegestaan.

  3. 3

    De rechtbank kan het eerste lid buiten toepassing laten indien blijkt dat tegen de opgeëiste persoon in Nederland een strafrechtelijke vervolging gaande is of dat tegen hem door een Nederlandse rechter een nog geheel of ten dele voor tenuitvoerlegging vatbaar strafvonnis is gewezen.

  4. 4

    In de beslissing, bedoeld in het eerste lid, worden het feit of de feiten waarvoor de opgeëiste persoon ter beschikking wordt gesteld, de bedingen waaronder de overlevering wordt toegestaan, bedoeld in artikel 14, en, in voorkomend geval, de garantie tot teruglevering, bedoeld in artikel 6, eerste lid, vermeld.

  5. 5

    Van elke beslissing, genomen krachtens het eerste lid van dit artikel, geeft de officier van justitie onverwijld kennis aan de opgeëiste persoon en de uitvaardigende justitiële autoriteit.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9208Rechtbank Amsterdam, 9 september 2026 (internationaal strafrecht)

    Vervolgings-EAB uit België. Verkorte procedure. Detentiegarantie Ieper verstrekt. Overlevering toegestaan.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:5716Rechtbank Amsterdam, 1 mei 2026 (europees strafrecht)

    Verkorte overlevering. Er is geen sprake geweest van inverzekeringstelling of bewaring. De primaire vordering tot inverzekeringstelling (artikel 21 lid 8 OLW) en de subsidiaire vordering tot…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:3520Rechtbank Amsterdam, 17 april 2024 (internationaal strafrecht)

    Verkorte overleveringsprocedure. Hoewel de tekst van artikel 40 lid 2 OLW (nu nog) dwingend geformuleerd is, legt de rechtbank deze bepaling uit in samenhang met het facultatieve kader van artikel 36…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:382Rechtbank Amsterdam, 23 januari 2024 (europees strafrecht)

    Beslissing verkorte procedure, vervolgings-EAB Kroatië, detentie-omstandigheden Zagreb Remand Prison, overlevering toestaan.

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:4898Rechtbank Amsterdam, 21 juli 2023 (europees strafrecht)

    Verkorte overlevering. Grondslag EAB: nationaal aanhoudingsbevel dat ertoe strekt de opgeëiste persoon aanwezig te laten zijn bij de beoordeling van de herroeping van een voorwaardelijke…

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:162Rechtbank Amsterdam, 12 januari 2023 (europees strafrecht)

    Detentiegarantie België/verkorte overlevering

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:1845Rechtbank Amsterdam, 7 april 2022 (europees strafrecht)

    Verkorte vervolgingsoverlevering Kroatië. EAB uitgevaardigd door officier van justitie, gebaseerd op een rechterlijk aanhoudingsbevel. Geen afzonderlijk beroep mogelijk tegen de beslissing tot…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:2552Rechtbank Amsterdam, 29 maart 2022 (strafrecht)

    EAB vervolging, Frankrijk. Verkorte procedure. Detentiegarantie Nimes verstrekt. Overlevering toegestaan.

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.