Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 19 OLW

Geldt sinds 12 mei 2004

Een opgeëiste persoon wiens bewaring overeenkomstig artikel 18 is bevolen, wordt – behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde – in vrijheid gesteld: a.zodra zulks door de rechtbank, de rechter-commissaris of de officier van justitie, ambtshalve of op verzoek van de opgeëiste persoon of diens raadsman, wordt gelast; b.zodra de bewaring twintig dagen heeft geduurd en het Europees aanhoudingsbevel nog niet is ontvangen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:2049Rechtbank Amsterdam, 11 maart 2025 (europees strafrecht)

    Raadkamerbeslissing. Opgeëiste persoon in bewaring gesteld en in eerdere raadkamer beslist tot toestaan verkorte procedure. Beslissing: afwijzing vordering omzetting voorlopige aanhouding.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:BP5561Rechtbank Amsterdam, 4 februari 2011 (strafrecht)

    Twee overleveringsverzoeken Italië. Twee uitgevaardigde EAB's veroorzaakten verwarring wat betreft de detentietitel. EAB I is niet ontvangen binnen 20 dagen nadat de bewaring was bevolen. De…

  • ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6617Rechtbank Amsterdam, 28 november 2008 (strafrecht)

    In artikel 4, derde lid, OLW is bepaald dat een signalering na het aantreffen van de opgeëiste persoon onmiddellijk moet worden gevolgd door toezending van het EAB. Indien niet aan dit vereiste wordt…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.