Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 1 OLW

Geldt sinds 1 oktober 2024

In deze wet wordt verstaan onder: a.overlevering: de terbeschikkingstelling van een persoon door de justitiële autoriteiten van de ene lidstaat aan de justitiële autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Unie ten behoeve van hetzij een in die andere lidstaat tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek, hetzij de tenuitvoerlegging van een hem opgelegde vrijheidsbenemende straf of maatregel; b.Europees aanhoudingsbevel: de schriftelijk vastgelegde beslissing van een justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie strekkende tot de aanhouding en de overlevering van een persoon door de justitiële autoriteit van een andere lidstaat; c.vrijheidsstraffen: door de rechter op te leggen straffen met een vrijheidsbenemend karakter alsmede de door deze naast of in plaats van een straf op te leggen maatregelen strekkende tot vrijheidsbeneming; d.opgeëiste persoon: de persoon op wie een Europees aanhoudingsbevel, een signalering in het Schengen-informatiesysteem of via Interpol strekkende tot aanhouding en overlevering betrekking heeft; e.officier van justitie: voor zover aldus vermeld, elke officier van justitie, en overigens de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam; f.rechter-commissaris: voor zover aldus vermeld, elke rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, en overigens, de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Amsterdam; g.rechtbank: voor zover aldus vermeld, elke rechtbank, en overigens de rechtbank Amsterdam; h.Onze Minister: Onze Minister van Justitie; i.uitvaardigende justitiële autoriteit: de justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie, krachtens het nationale recht bevoegd tot het afgeven van een Europees aanhoudingsbevel; j.uitvaardigende lidstaat: de lidstaat van de Europese Unie waar de uitvaardigende justitiële autoriteit werkzaam is; k.uitvoerende justitiële autoriteit: de justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie, krachtens het nationale recht bevoegd tot het nemen van de beslissing tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel en voor zover het artikel 39, tweede lid, betreft, elke rechtbank; l.uitvoerende lidstaat: de lidstaat van de Europese Unie waar de uitvoerende justitiële autoriteit werkzaam is; m.Uitvoeringsovereenkomst van Schengen: de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, Schengen, 19 juni 1990 (Trb. 1985, 101); n.EU-rechtshulpovereenkomst 2000: de Overeenkomst, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Lid-Staten van de Europese Unie, Brussel, 29 mei 2000 (Trb. 2000, 96); o.Verordening EOM: de Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie («EOM») (PbEU 2017, L 283).

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:533Parket bij de Hoge Raad, 13 mei 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Vervolgingsuitlevering Suriname. Middel klaagt dat de rechtbank uitlevering ten onrechte toelaatbaar heeft verklaard, heeft miskend dat de Procureur-Generaal bij het Hof van…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3464Rechtbank Amsterdam, 2 april 2026 (europees strafrecht)

    executie-EAB Tsjechië, artikel 12 OLW: overlevering geweigerd.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:864Rechtbank Amsterdam, 28 januari 2025 (europees strafrecht)

    Verzoek om aanvullende toestemming vanuit Duitsland. Officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat de vordering geen betrekking heeft op een door een rechtelijker/justitiele autorieit…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:7647Rechtbank Amsterdam, 27 november 2024 (europees strafrecht)

    Tsjechisch EAB. Tussenuitspraak. Het EAB strekt ertoe de opgeëiste persoon aanwezig te laten zijn bij de procedure met betrekking tot de omzetting van een eerder opgelegde voorwaardelijke…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:4555Rechtbank Amsterdam, 18 juli 2024 (europees strafrecht)

    Tsjechisch executie-EAB. Genoegzaamheid. Artikel 12 OLW. Artikel 6a - verweer raadsvrouw verworpen. Artikel 11 OLW. Overlevering toestaan.

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:4480Rechtbank Amsterdam, 17 juli 2024 (europees strafrecht)

    AB uit Noorwegen ter vervolging - lijstfeit van toepassing - overlevering toegestaan

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:7399Rechtbank Amsterdam, 25 oktober 2023 (europees strafrecht)

    Tsjechisch EAB om de opgeëiste persoon aanwezig te laten zijn bij de behandeling van de vordering tot herroeping van de vervroegde invrijheidstelling - er ligt een nationaal aanhoudingsbevel aan het…

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:6225Rechtbank Amsterdam, 3 oktober 2023 (europees strafrecht)

    Noors EAB ter tenuitvoerlegging - samengevoegde reststraf - een deel van de feiten die in het EAB als lijstfeit zijn aangekruist vallen in het onderhavige geval niet onder het lijstfeit -…

42 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.