Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 17 OLW

Geldt sinds 1 oktober 2024

  1. 1

    Elke officier van justitie of hulpofficier van justitie is bevoegd de voorlopige aanhouding van een opgeëiste persoon overeenkomstig artikel 15 te bevelen.

  2. 2

    Kan het optreden van de officier van justitie of de hulpofficier, bedoeld in het eerste lid, niet worden afgewacht, dan is elke opsporingsambtenaar bevoegd de opgeëiste persoon aan te houden onder de verplichting zorg te dragen dat hij zo spoedig mogelijk wordt voorgeleid voor de officier van justitie of de hulpofficier van justitie.

  3. 3

    Nadat de opgeëiste persoon is aangehouden, wordt hem onverwijld schriftelijk mededeling gedaan van: a.het recht een afschrift van het Europees aanhoudingsbevel te ontvangen, bedoeld in artikel 23, derde lid; b.het recht op bijstand van een raadsman, bedoeld in artikel 43a, en de mogelijkheid te verzoeken om aanwijzing van een advocaat in de uitvaardigende lidstaat, bedoeld in artikel 21a; c.het recht op vertolking, bedoeld in artikel 30, en het recht op vertaling, bedoeld in artikel 23, derde lid, vierde en vijfde volzin; d.het recht om gehoord te worden, bedoeld in artikel 24; e.de in artikel 27c, derde lid, onder g en h, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde rechten. Aan de opgeëiste persoon die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke taal gedaan. De artikelen 27e, 488ab en 488b van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord, kan elke officier van justitie of hulpofficier bevelen dat hij gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van de voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. De termijn van inverzekeringstelling kan door de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam éénmaal met drie dagen worden verlengd. Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan.

  5. 5

    Indien de opgeëiste persoon buiten het arrondissement Amsterdam is aangehouden en in verzekering is gesteld, wordt hij binnen de termijnen van het vierde lid overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam.

  6. 6

    Het vijfde lid kan buiten toepassing blijven indien de opgeëiste persoon op grond van artikel 39, tweede lid, tegenover de rechtbank in het rechtsgebied waar hij is aangehouden heeft verklaard, in te stemmen met zijn onmiddellijke overlevering, de rechtbank heeft beslist dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit en de feitelijke overlevering kan plaatsvinden binnen de termijnen van het vierde lid.

  7. 7

    De opgeëiste persoon kan te allen tijde door de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam in vrijheid worden gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:5716Rechtbank Amsterdam, 1 mei 2026 (europees strafrecht)

    Verkorte overlevering. Er is geen sprake geweest van inverzekeringstelling of bewaring. De primaire vordering tot inverzekeringstelling (artikel 21 lid 8 OLW) en de subsidiaire vordering tot…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:4863Rechtbank Amsterdam, 9 juli 2025 (europees strafrecht)

    Vordering tot omzetting voorlopige aanhouding van opgeëiste persoon, die uit anderen hoofde gedetineerd is, wordt toegewezen nu voorafgaand aan die voorlopige aanhouding, naast de rechtstreeks…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:4867Rechtbank Amsterdam, 9 juli 2025 (europees strafrecht)

    Omzetting voorlopige aanhouding op grond van art.21 lid 3 OLW bij gedetineerde uit andere hoofde.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:5077Rechtbank Amsterdam, 12 juni 2025 (europees strafrecht)

    Overlevering. Afwijzing vordering omzetting als bedoeld in artikel 21 lid 3 OLW. (Zie echter ook ECLI:NL:RBAMS:2025:4867)

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:5079Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2025 (europees strafrecht)

    Overlevering. Afwijzing vordering omzetting als bedoeld in artikel 21 lid 3 OLW. (Zie echter ook ECLI:NL:RBAMS:2025:4867)

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:2049Rechtbank Amsterdam, 11 maart 2025 (europees strafrecht)

    Raadkamerbeslissing. Opgeëiste persoon in bewaring gesteld en in eerdere raadkamer beslist tot toestaan verkorte procedure. Beslissing: afwijzing vordering omzetting voorlopige aanhouding.

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:6732Rechtbank Amsterdam, 22 september 2022 (strafrecht)

    EAB Italië, vervolging, overlevering toegestaan.

  • ECLI:NL:GHAMS:2021:147Gerechtshof Amsterdam, 19 januari 2021 (civiel recht)

    Kort geding tegen de Staat. Ontvankelijkheid. Taakverdeling burgerlijke rechter en strafrechter. Vordering vrijlating uit overleveringsdetentie. Gevolgen van arrest Hof van Justitie EU van 24…

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.