Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 14 maart 2023

ECLI:NL:HR:2023:384Zaaknummer 22/04411

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 maart 2023
Publicatiedatum
15 maart 2023
Zaaknummer
22/04411
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overlevering van opgeëiste persoon (Poolse nationaliteit) naar Polen t.z.v. veroordeling voor fraude en valsheid in geschrift. In art. 29.2 Overleveringswet is bepaald dat tegen uitspraak als deze geen rechtsmiddel openstaat (behoudens beroep in cassatie in het belang van de wet a.b.i. art. 456 Sv). Een gewoon rechtsmiddel, zoals dit cassatieberoep, staat dus niet open. Dat brengt mee dat HR het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen. Opgeëiste persoon n-o.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 maart 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04411

Datum 14 maart 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 november 2022, nummer [001], op een vordering als bedoeld in artikel 23 van de Overleveringswet tot overlevering

van

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de opgeëiste persoon.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft S. Meijer, advocaat te Beverwijk, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

In artikel 29 lid 2 van de Overleveringswet is bepaald dat tegen een uitspraak als deze geen rechtsmiddel openstaat (behoudens beroep in cassatie in het belang van de wet, bedoeld in artikel 456 van het Wetboek van Strafvordering). Een gewoon rechtsmiddel, zoals dit cassatieberoep, staat dus niet open. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 maart 2023.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.