Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 36 OLW

Geldt sinds 1 oktober 2024

  1. 1

    De beslissing omtrent de tijd en de plaats van de feitelijke overlevering kan door de rechtbank, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de opgeëiste persoon of diens raadsman worden aangehouden, indien en zolang tegen de opgeëiste persoon een strafrechtelijke vervolging in Nederland gaande is, of een door een Nederlandse rechter tegen hem gewezen strafvonnis nog geheel of ten dele voor tenuitvoerlegging vatbaar is.

  2. 2

    In gevallen als voorzien in het eerste lid kan de rechtbank, na advies van het openbaar ministerie, bepalen dat en onder welke voorwaarden de opgeëiste persoon ten behoeve van diens vervolging of de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf reeds aanstonds voorlopig ter beschikking van de uitvaardigende justitiële autoriteit kan worden gesteld.

  3. 3

    Tot de door de rechtbank te stellen voorwaarden behoort in geval van: a. een lopende strafvervolging als bedoeld in het eerste lid in elk geval dat het recht op aanwezigheid van de opgeëiste persoon bij de voortzetting van de strafvervolging in Nederland zal worden gerespecteerd en dat hij de hem in Nederland opgelegde straf in Nederland zal ondergaan. b. een door een Nederlandse rechter tegen de opgeëiste persoon gewezen strafvonnis als bedoeld in het eerste lid in elk geval de garantie dat de opgeëiste persoon na de berechting terugkomt naar Nederland voor de tenuitvoerlegging van het resterende deel van de hem in Nederland opgelegde straf.

  4. 4

    In geval van toepassing van het tweede lid bericht de officier van justitie dat de opgeëiste persoon voorlopig ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit, met wie hij ook de daaraan verbonden voorwaarden schriftelijk overeenkomt.

  5. 5

    Ondergaat de opgeëiste persoon, te wiens aanzien het vierde lid wordt toegepast, een vrijheidsstraf, dan komt de tijd gedurende welke hij in het buitenland ter beschikking van de uitvaardigende justitiële autoriteit is, in mindering op zijn straftijd.

  6. 6

    Is de opgeëiste persoon, te wiens aanzien het derde lid is toegepast, op het moment dat hij naar Nederland wordt teruggebracht met het oog op zijn aanwezigheid bij de behandeling van zijn strafzaak, in de uitvaardigende lidstaat veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf dan kan hij gedurende zijn verblijf hier te lande op bevel van de officier van justitie in verzekering worden gesteld. De artikelen 61 en 64, eerste lid, zijn voor zover nodig van overeenkomstige toepassing.

  7. 7

    De inverzekeringstelling kan worden opgeheven zodra de officier van justitie bericht ontvangt dat de gronden voor de detentie in het buitenland niet langer bestaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2011:BU3666Hoge Raad, 8 november 2011 (strafrecht)

    Aanwezigheidsrecht. Ter terechtzitting van het Hof is de verdachte niet verschenen. Het Hof heeft verstek verleend tegen de verdachte. Op grond van de inhoud van het zich bij de stukken bevindende…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BC6273Parket bij de Hoge Raad, 8 juli 2008 (strafrecht)

    Levenslange gevangenisstraf. Cumulatie. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat in een geval als i.c., waarin de verdachte voor een eerder gepleegd feit is veroordeeld tot een levenslange…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10011Rechtbank Amsterdam, 9 oktober 2026 (europees strafrecht)

    Toewijzing verzoek tot uitstel van de feitelijke overlevering op grond van artikel 36 OLW. Zie ook eclinummer 2026:10008

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8728Rechtbank Amsterdam, 25 augustus 2026 (europees strafrecht)

    Pools executie-EAB, verweer met betrekking tot ne bis in idem verworpen, overlevering partieel geweigerd i.v.m. artikel 12 OLW

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6718Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2026 (europees strafrecht)

    Executie-EAB Polen. Artikel 12 OLW; afzien van toepassing van de weigeringsgrond. Overlevering toegestaan.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:5268Rechtbank Amsterdam, 22 mei 2026 (internationaal strafrecht)

    Uitstel feitelijke overlevering vanwege een Nederlands gevangenisstraf, mogelijkheid van VTBS

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4866Rechtbank Amsterdam, 20 mei 2026 (europees strafrecht)

    Executie-EAB Italië, artikel 12 OLW en artikel 9 OLW niet van toepassing. Overlevering toegestaan.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:4270Rechtbank Amsterdam, 30 april 2026 (europees strafrecht)

    Vervolgings-EAB uit Frankrijk. Artikel 11 OLW: Franse detentieomstandigheden. De beoordeling van de detentieomstandigheden vindt plaats in de uitspraak van heden en niet op het moment dat de…

164 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.