Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 6a OLW

Geldt sinds 1 oktober 2024

  1. 1

    Overlevering van een Nederlander ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een bij onherroepelijk vonnis aan hem opgelegde vrijheidsstraf kan worden geweigerd, indien de rechtbank van oordeel is dat de tenuitvoerlegging van die straf kan worden overgenomen. In geval van een weigering van de overlevering, beveelt de rechtbank, gelijktijdig met de weigering, de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf.

  2. 2

    Bij de beoordeling van een verzoek tot overlevering als bedoeld in het eerste lid beoordeelt de rechtbank: a.of er gronden als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, onderdelen c tot en met i, en artikel 2:14, eerste lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties zijn waarop de overname van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf geweigerd kan worden; b.of de overname van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf zal bijdragen aan de maatschappelijke re-integratie van de Nederlander; c.of de ten uitvoer te leggen vrijheidsstraf is opgelegd voor een feit dat ook naar Nederlands recht strafbaar is, en zo ja, welk strafbaar feit dit oplevert; d.of het derde of vierde lid aanleiding geeft tot een aanpassing van de opgelegde vrijheidsstraf, en zo ja, welke aanpassing.

  3. 3

    Indien de opgelegde vrijheidsstraf een langere duur heeft dan het voor het desbetreffende feit naar Nederlands recht toepasselijke strafmaximum, wordt de duur van de opgelegde vrijheidsstraf tot dat strafmaximum verlaagd.

  4. 4

    Indien de aard van de opgelegde vrijheidsstraf onverenigbaar is met het Nederlands recht, wordt de vrijheidsstraf gewijzigd in een straf of maatregel waarin het Nederlands recht voorziet en die zoveel mogelijk overeenstemt met de in de uitvaardigende lidstaat opgelegde vrijheidsstraf.

  5. 5

    De aanpassing op grond van het derde of vierde lid houdt in geen geval een verzwaring van de opgelegde vrijheidsstraf in.

  6. 6

    Onze Minister kan de rechtbank of de officier van justitie desgevraagd adviseren over de overname van de straf.

  7. 7

    De officier van justitie stelt Onze Minister onverwijld in kennis van het bevel tot tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf.

  8. 8

    Onze Minister draagt er zorg voor dat de opgelegde vrijheidsstraf overeenkomstig de regels van het Nederlands recht en met overeenkomstige toepassing van artikel 2:15, tweede lid, met dien verstande dat onder detentie wordt verstaan vrijheidsbeneming op grond van deze wet en van artikel 2:18 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties, met inachtneming van het bevel van de rechtbank als bedoeld in het eerste lid, ten uitvoer wordt gelegd.

  9. 9

    Het eerste tot en met het achtste lid is eveneens van toepassing op een vreemdeling die tijdens het verhoor door de rechtbank aantoont dat hij ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, voor zover ten aanzien van hem de verwachting bestaat dat hij niet zijn recht van verblijf in Nederland verliest ten gevolge van de opgelegde straf of maatregel. Eventuele bewijsstukken dienen tijdig voorafgaand aan het verhoor door de rechtbank te worden overlegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10364Rechtbank Amsterdam, 21 oktober 2026 (internationaal strafrecht)

    Vervolgings-EAB uit Duitsland. Art 2; genoegzaamheidsverweer verworpen. Art 6 OLW: stukken ter onderbouwing van het gelijkstellingsverweer zijn te laat ingediend en het verweer wordt buiten…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10460Rechtbank Amsterdam, 20 oktober 2026 (europees strafrecht)

    Executie-EAB uit Polen. Art 12 OLW: afzien van weigeren. Art 6a OLW: niet voldaan aan de eerste voorwaarde voor gelijkstelling; gelijkstellingsverweer verworpen. Overlevering toegestaan.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10186Rechtbank Amsterdam, 15 oktober 2026 (europees strafrecht)

    Executie-EAB Polen. Overlevering geweigerd. Uitspraak na eerdere tussenuitspraak op 24 juni 2026. Artikel 6a OLW. Certificaat en een kopie van veroordelend vonnis ontvangen van de uitvaardigende…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10237Rechtbank Amsterdam, 15 oktober 2026 (europees strafrecht)

    Grieks Executie-EAB. Uitspraak. Artikel 12 OLW: beroep verworpen, Rechtbank gaat uit van vertrouwensbeginsel. Artikel 6a OLW: Gelijkstellingsverweer slaagt, weigering overlevering en overname van de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10151Rechtbank Amsterdam, 14 oktober 2026 (europees strafrecht)

    Executie-EAB uit Zweden. Art 12 OLW: afzien van toepassing van deze weigeringsgrond. Art 6a OLW: de opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Door je uitvaardigende justitiële autoriteit…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10064Rechtbank Amsterdam, 13 oktober 2026 (europees strafrecht)

    Executie-EAB uit Hongarije. Tussenuitspraak. Er is sprake van de situatie als bedoeld in artikel 12, onder b, OLW. Artikel 6a OLW: voldaan aan de eerste voorwaarde voor gelijkstelling met een…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9930Rechtbank Amsterdam, 7 oktober 2026 (europees strafrecht)

    Executie-EAB uit België. Geen sprake van de stituatie zoals bedoeld als in artikel 12, onder b, OLW, nu niet kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de tijd en plaats van…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9761Rechtbank Amsterdam, 1 oktober 2026 (europees strafrecht)

    EAB België; overlevering toegestaan

982 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.