Overleveringswet

OLW

Huidige tekst

Artikel 37 OLW

Geldt sinds 1 oktober 2024

  1. 1

    Indien zulks voor de toepassing van artikel 35, eerste lid, tenzij de vrijheidsbeneming op grond van artikel 35, vierde lid, is beëindigd, of van artikel 36, tweede lid, noodzakelijk is, wordt de opgeëiste persoon op bevel van de officier van justitie aangehouden voor ten hoogste drie dagen. Indien de feitelijke overlevering niet binnen de termijn van drie dagen heeft kunnen plaatsvinden, kan het bevel tot aanhouding door de officier van justitie eenmaal voor ten hoogste drie dagen worden verlengd.

  2. 2

    Na verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn door de officier van justitie, kan deze uitsluitend op vordering van de officier van justitie door de rechtbank voor ten hoogste tien dagen worden verlengd.

  3. 3

    Een verlenging als bedoeld in het tweede lid kan alleen geschieden wanneer de feitelijke overlevering door omstandigheden buiten de macht van enige lidstaat of door ernstige humanitaire redenen niet binnen de termijn van zes dagen, ingevolge het eerste lid, heeft kunnen plaatshebben.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:2140Rechtbank Amsterdam, 21 maart 2025 (europees strafrecht)

    Overlevering. Art. 33, 34, 35, 36 en 37 OLW. De termijn voor feitelijke overlevering gaat lopen vanaf de dag van de uitspraak waarbij de overlevering is toegestaan, ook als de opgeëiste persoon niet…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:2141Rechtbank Amsterdam, 21 maart 2025 (europees strafrecht)

    Overlevering. Art. 33, 34, 35, 36 en 37 OLW. De termijn voor feitelijke overlevering gaat lopen vanaf de dag van de uitspraak waarbij de overlevering is toegestaan, ook als de opgeëiste persoon niet…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:1166Rechtbank Amsterdam, 24 februari 2025 (europees strafrecht)

    Vordering tot verlenging van de termijn voor feitelijke overdracht afgewezen, omdat er geen sprake is van overmacht.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:880Rechtbank Amsterdam, 12 februari 2025 (europees strafrecht)

    afwijzing vordering tot het stellen van vrijheidsbeperkende voorwaarden ex artikel 35 lid 4 OLW. geen sprake van vrijheidsbeneming als bedoeld in dat artikel.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:794Rechtbank Amsterdam, 7 februari 2025 (europees strafrecht)

    De termijn voor feitelijke overlevering gaat lopen vanaf de dag van de uitspraak waarbij de overlevering is toegestaan, ook als de OP niet bij die uitspraak verschijnt.

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:7634Rechtbank Amsterdam, 6 december 2024 (europees strafrecht)

    Toepassing aanhouding ex art. 37 OLW in relatie tot overlevering.

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:8137Rechtbank Amsterdam, 29 december 2022 (europees strafrecht)

    De rechtbank bepaalt dat er geen reden is tot uitstel van de feitelijke overlevering en wijst daarom de vordering tot verlenging van de gevangenhouding af.

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:7855Rechtbank Amsterdam, 20 december 2022 (europees strafrecht)

    Overlevering. Vervolg op verwijzingsbeslissing rechtbank (ECLI:NL:RBAMS:2022:4252) en arrest Hof van Justitie EU (ECLI:EU:C:2022:964). Beslissing op vordering verlenging gevangenhouding.…

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.