Burgerlijk Wetboek Boek 8

BW

Huidige tekst

Artikel 8:62 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Indien de zaken niet zonder vertraging ter bestemming worden afgeleverd in de staat, waarin zij ter beschikking zijn gesteld, is de expediteur, voor zover hij een vervoerovereenkomst die hij met een ander zou sluiten, zelf uitvoerde, verplicht zulks onverwijld aan de opdrachtgever die hem kennis gaf van de schade mede te delen.

  2. 2

    Doet de expediteur de in het eerste lid bedoelde mededeling niet, dan is hij, wanneer hij daardoor niet tijdig als vervoerder is aangesproken, naast vergoeding van de schade die de opdrachtgever overigens dientengevolge leed, een schadeloosstelling verschuldigd gelijk aan de schadevergoeding, die hij zou hebben moeten voldoen, wanneer hij wel tijdig als vervoerder zou zijn aangesproken.

  3. 3

    Nietig is ieder beding, waarbij van dit artikel wordt afgeweken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:747Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 maart 2021 (civiel recht)

    Vervoer onder CMR van Nederland naar Turkije; Expediteursverklaring als bedoeld in art. 8:62 lid 3 niet constitutief; opdrachtgever bevoegd vanaf moment kennisgeving uitoefening rechten aan…

  • ECLI:NL:RBOBR:2013:6729Rechtbank Oost-Brabant, 5 december 2013 (verbintenissenrecht)

    Expeditie-overeenkomst. Tegenvordering tot betalen schadevergoeding verjaard op grond van Fenex-voorwaarden. Verjaring staat niet in de weg aan beroep op verrekening. Aansprakelijkheid van expediteur…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.