Burgerlijk Wetboek Boek 8

BW

Huidige tekst

Artikel 8:1820 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Een rechtsvordering ter zake van betaling als bedoeld in artikel 551, onder e, verjaart door verloop van twee jaren, welke termijn begint met de aanvang van de dag waarop de hulpverlening is beëindigd.

  2. 2

    Onverminderd het in artikel 1701 bepaalde kan de in het eerste lid bedoelde termijn worden verlengd door een verklaring van hem die de verjaring kan inroepen, gedaan nadat het feit dat de rechtsvordering heeft doen ontstaan heeft plaatsgehad.

  3. 3

    In afwijking van het eerste lid kunnen rechtsvorderingen tot verhaal op een derde zelfs na afloop van de in dat lid genoemde termijn worden ingesteld gedurende een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag waarop degene die een zodanige rechtsvordering tot verhaal instelt ten aanzien van het van hemzelf gevorderde een regeling heeft getroffen of waarop hij te dien aanzien in rechte is aangesproken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2022:2873Gerechtshof Den Haag, 20 december 2022 (civiel recht)

    Vervoersrecht. Geen recht op hulploon ex art. 8:561 lid 1 BW, want geen gevaar als bedoeld in art. 8:557 lid 1 BW.

  • ECLI:NL:RBROT:2020:9906Rechtbank Rotterdam, 3 juli 2020 (civiel recht)

    Hulploon.

  • ECLI:NL:RBNNE:2013:4101Rechtbank Noord-Nederland, 5 juli 2013 (verbintenissenrecht)

    Sleepbergingsbedrijf; overeenkomst; hulploon; verjaring.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.