Burgerlijk Wetboek Boek 8

BW

Huidige tekst

Artikel 8:489 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De vervoerder is gerechtigd afgifte van zaken, die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft, te weigeren aan ieder, die uit anderen hoofde dan de vervoerovereenkomst recht heeft op aflevering van die zaken, tenzij op de zaken beslag is gelegd en uit de vervolging van dit beslag een verplichting tot afgifte aan de beslaglegger voortvloeit.

  2. 2

    De vervoerder kan het recht van retentie uitoefenen op zaken, die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft, voor hetgeen hem door de ontvanger verschuldigd is of zal worden terzake van het vervoer van die zaken alsmede voor hetgeen als bijdrage in avarij-grosse op die zaken verschuldigd is of zal worden. Dit retentierecht vervalt zodra aan de vervoerder is betaald het bedrag waarover geen geschil bestaat en voldoende zekerheid is gesteld voor de betaling van die bedragen, waaromtrent wel geschil bestaat of welker hoogte nog niet kan worden vastgesteld.

  3. 3

    De in dit artikel aan de vervoerder toegekende rechten komen hem niet toe jegens een derde, indien hij op het tijdstip dat hij de zaak ten vervoer ontving, reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de afzender jegens die derde hem de zaak ten vervoer ter beschikking te stellen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:527Rechtbank Rotterdam, 15 januari 2025 (civiel recht)

    Reder zegt time charter op met tijdbevrachter en oefent voor een vordering op de tijdbevrachter een ‘lien’ dan wel wettelijk retentierecht uit op de zich aan boord bevindende containers van een derde…

  • ECLI:NL:GHDHA:2019:3702Gerechtshof Den Haag, 24 december 2019 (civiel recht)

    Vervoerrecht. Inroepen uitgebreid retentierecht op basis van seaway bill. Hoger beroep van ECLI:NL:RBROT:2019:6487

  • ECLI:NL:RBROT:2011:BR5525Rechtbank Rotterdam, 17 augustus 2011 (civiel recht)

    Uitoefening van pandrecht en retentierecht door vervoerder na surseance van afzender. Afbakening relevante goederen en toepasselijke regime (art. 23 en 24 AVC). Omvang vordering waarvoor het recht…

  • ECLI:NL:RBROT:2010:BO6093Rechtbank Rotterdam, 3 november 2010 (civiel recht)

    Zeevervoer onder cognossement. Tijdbevrachting. Toepasselijk recht op wettelijk retentierecht en op contractueel retentierecht. Artikel 6 Wet IPR zeerecht. Onder 'vervoerder' in sub a van dit artikel…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.