Burgerlijk Wetboek Boek 8

BW

Huidige tekst

Artikel 8:215 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De schuldeiser, die een voorrecht heeft op grond van artikel 211, vervolgt zijn recht op het schip, in wiens handen dit zich ook bevinde.

  2. 2

    Voorrechten als bedoeld in artikel 211 kunnen worden ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van Titel 1 van Boek 3. Artikel 24 lid 1 van Boek 3 is niet van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2021:1421Gerechtshof Den Haag, 13 juli 2021 (civiel recht)

    Zeerecht – voorrecht schepelingen/zeevarenden. Voorrang verhaalrecht. Aansprakelijkheid ingeval van inschrijving in het scheepsregister van (achteraf) niet bestaande vordering. Gelijkstelling met…

  • ECLI:NL:RBROT:2020:6773Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2020 (verbintenissenrecht)

    Renvooiprocedure. Toepasselijk recht op rangregeling na verkoop schip, cessie en subrogatie? Verbintenisrechtelijke afspraak over betaling bemanningsvordering niet verhaalbaar op schip.

  • ECLI:NL:RBROT:2019:1448Rechtbank Rotterdam, 20 februari 2019 (civiel recht)

    Inschrijving voorrecht art. 8:211 BW door bemanningsleden. Handhaven zekerheid in escrow. Uitleg vaststellingsovereenkomst. Geen risico-aansprakelijkheid. Niet onrechtmatig.

  • ECLI:NL:RBROT:2015:6868Rechtbank Rotterdam, 30 september 2015 (civiel recht)

    Summary in English Seafarers’ claims for damages against their bankrupt employer - based on its failure to maintain adequate pension arrangements for them - may be recovered from the proceeds of the…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.