Burgerlijk Wetboek Boek 8

BW

Huidige tekst

Artikel 8:568 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Geen recht op betaling krachtens deze afdeling hebben zij, die hulp verleenden niettegenstaande een uitdrukkelijk en redelijk verbod als bedoeld in artikel 557, eerste lid.

  2. 2

    Opvarenden kunnen wegens hulp door hen verleend aan het schip, zich aan boord daarvan bevindende zaken of daarvan afkomstige driftige, aangespoelde of gezonken zaken, slechts recht op betaling hebben, wanneer door hen diensten zijn bewezen, waartoe zij redelijkerwijs niet zijn gehouden.

  3. 3

    Geen betaling is verschuldigd krachtens deze afdeling tenzij de verleende diensten verder gaan dan wat redelijkerwijs kan worden aangemerkt als een gebruikelijke uitvoering van een overeenkomst die was gesloten voordat het gevaar ontstond.

  4. 4

    Indien de hulpverleners door hun schuld de hulpverlening hebben nodig gemaakt of bemoeilijkt of zich hebben schuldig gemaakt aan diefstal, verberging of andere bedriegelijke handelingen, kan de rechter de krachtens deze afdeling verschuldigde betaling geheel of gedeeltelijk ontzeggen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2021:12852Rechtbank Rotterdam, 22 december 2021 (civiel recht)

    Vordering tot betaling van hulploon deels toegewezen. Sprake van hulpverlening en niet van reguliere sleepassistentie. Veerboot was verminderd manoeuvreerbaar na aanraking met de kade bij vertrek.…

  • ECLI:NL:RBROT:2013:6323Rechtbank Rotterdam, 9 augustus 2013 (civiel recht)

    Vordering tot verlagen van de ten behoeve van gedaagde gestelde bankgarantie onder strikte voorwaarden toegestaan. Toetsing in casu - van de vordering in conventie - mede aan de hand van artikel 705…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.