Burgerlijk Wetboek Boek 8

BW

Huidige tekst

Artikel 8:491 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    In geval van toepassing van artikel 490 kan de vervoerder, de bewaarnemer dan wel hij, die jegens de vervoerder recht heeft op de aflevering op zijn verzoek, door de rechter worden gemachtigd de zaken geheel of gedeeltelijk op de door deze te bepalen wijze te verkopen.

  2. 2

    De bewaarnemer is verplicht de vervoerder zo spoedig mogelijk van de voorgenomen verkoop op de hoogte te stellen; de vervoerder heeft deze verplichting jegens degeen, die jegens hem recht heeft op de aflevering van de zaken, en jegens degeen, aan wie hij volgens de bepalingen van een mogelijkerwijs afgegeven cognossement bericht van aankomst van het schip moet zenden.

  3. 3

    De opbrengst van het verkochte wordt in de consignatiekas gestort voor zover zij niet strekt tot voldoening van de kosten van opslag en verkoop alsmede, binnen de grenzen der redelijkheid, van de gemaakte kosten. Tenzij op de zaken beslag is gelegd voor een geldvordering, moet aan de vervoerder uit het in bewaring te stellen bedrag worden voldaan hetgeen hem verschuldigd is ter zake van het vervoer, alsmede een bijdrage in avarij-grosse; voor zover deze vorderingen nog niet vast staan, zal de opbrengst of een gedeelte daarvan op door de rechter te bepalen wijze tot zekerheid voor deze vorderingen strekken.

  4. 4

    De in de consignatiekas gestorte opbrengst treedt in de plaats van de zaken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2023:11249Rechtbank Rotterdam, 27 november 2023 (civiel recht)

    Verzoek verkoop lading (art. 8:491 BW). Voorraad bestemd voor failliet verklaarde producent van elektrische fietsen. Omvang vordering voor vervoer en opslag onvoldoende onderbouwd. Onvoldoende…

  • ECLI:NL:RBROT:2017:7279Rechtbank Rotterdam, 7 september 2017 (civiel recht)

    Kort geding. De in de procedure verschenen belanghebbenden zijn het eens dat het wenselijk is de lading te verkopen. De vordering is in die zin toegewezen. Strikt genomen zou een…

  • ECLI:NL:RBROT:2017:6132Rechtbank Rotterdam, 28 juli 2017 (civiel recht)

    Kort geding. Opheffing conservatoir leveringsbeslag wegens schending art. 21 Rv. Schip in lijndienst doet Rotterdam aan maar het was niet de bedoeling om het desbetreffende deel van de lading aldaar…

  • ECLI:NL:OGEABES:2017:15Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 7 juli 2017 (civiel recht)

    Beslag en procesrecht. Vervolg van ECLI:NL:OGEABES:2017:3. Rechter verleent toestemming om in conservatoir beslag genomen voorraad ruwe olie onderhands te verkopen.

  • ECLI:NL:OGEABES:2017:3Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 10 maart 2017 (civiel recht)

    Zeerecht. Kort geding. Conservatoir beslag op lading olie. Lading dient onder voorwaarden te worden overgepompt naar bunker zodat het schip weer kan varen.

  • ECLI:NL:RBROT:2014:9425Rechtbank Rotterdam, 19 november 2014 (burgerlijk procesrecht)

    Verzoek ex art. 8:491 BW jo. art. 632c Rv. Toegewezen

  • ECLI:NL:RBROT:2014:6014Rechtbank Rotterdam, 7 mei 2014 (civiel recht)

    Zeevervoer onder cognossement. HVR. Lading beschadigd tijdens vervoer? Termijn art. 3(6) HVR. Zeevervoerder aansprakelijk voor ladingschade? Schadeoorzaak?

  • ECLI:NL:RBROT:2009:7030Rechtbank Rotterdam, 24 juli 2009 (burgerlijk procesrecht)

    Verzoek ex artikel 8:491 BW

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.