Burgerlijk Wetboek Boek 8

BW

Huidige tekst

Artikel 8:211 BW

Geldt sinds 20 augustus 2013

Boven alle andere vorderingen waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend zijn, behoudens artikel 210, op een zeeschip bevoorrecht: a.in geval van beslag: de vorderingen ter zake van kosten na het beslag gemaakt tot behoud van het schip, daaronder begrepen de kosten van herstellingen, die onontbeerlijk waren voor het behoud van het schip; b.de vorderingen ontstaan uit de zee-arbeidsovereenkomsten, met dien verstande dat de vorderingen met betrekking tot loon, salaris of beloningen slechts bevoorrecht zijn tot op een bedrag over een tijdvak van twaalf maanden verschuldigd; c.de vorderingen ter zake van hulpverlening alsmede ter zake van de bijdrage van het schip in avarij-grosse; d.de vorderingen ter zake van havengelden en maatregelen met betrekking tot een schip die noodzakelijk waren ter waarborging van de veiligheid van de haven of van derden, met dien verstande dat dit voorrecht vervalt doordat het schip een nieuwe reis aanvangt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2018:1108Hoge Raad, 6 juli 2018 (civiel recht)

    Schepelingenvoorrecht. Concordantiebeginsel. Zeevarenden vorderen schadevergoeding omdat de werkgever niet heeft voldaan aan de uit de zee-arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichting om zorg te…

  • ECLI:NL:PHR:2018:741Parket bij de Hoge Raad, 20 april 2018 (civiel recht)

    Schepelingenvoorrecht. Concordantiebeginsel. Zeevarenden vorderen schadevergoeding omdat de werkgever niet heeft voldaan aan de uit de zee-arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichting om zorg te…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BV0638Parket bij de Hoge Raad, 23 maart 2012 (civiel recht)

    Cassatieberoep niet-ontvankelijk; overschrijding cassatietermijn van art. 402 lid 2 jo. 339 lid 2 Rv.

  • ECLI:NL:PHR:2011:BR6384Parket bij de Hoge Raad, 9 december 2011 (belastingrecht)

    Art. 3 Ziektewet. Art. 398 Wetboek van Koophandel. Ontbreken schriftelijke arbeidsovereenkomst schepeling. Gevolgen voor verzekering Ziektewet.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:14949Rechtbank Rotterdam, 10 december 2025 (verbintenissenrecht)

    Eiseres stelt dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van verbintenissen uit de tussen hen gesloten share purchase agreement door inbreuk te maken op door gedaagde gegeven garanties. Op grond…

  • ECLI:NL:OGEAC:2025:223Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 27 oktober 2025 (civiel recht)

    Haven Curaçao moet uitoefening retentierecht op geveild schip staken. Door het leggen van beslag op het schip is het (eventueel) retentierecht vervallen.

  • ECLI:NL:RBROT:2024:145Rechtbank Rotterdam, 12 januari 2024 (verbintenissenrecht)

    KG. Executiegeschil. Vordering tot opheffing executoriaal beslag op schip wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2023:2870Rechtbank Noord-Nederland, 7 juni 2023 (civiel recht)

    Beroepsaansprakelijkheid. Schending zorgplicht notaris door inschrijven hypotheekakte op schip, waarmee doorhaling van de teboekstelling in Nederland is belemmerd na een executoriale verkoop in de…

31 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.