Wet op de ondernemingsraden

Wor

Huidige tekst

Artikel 48 Wor

Geldt sinds 19 juli 2013

  1. 1

    De ondernemer op wie de verplichting tot het instellen van een ondernemingsraad rust, treft bij voorlopig reglement, voor zover nodig, de voorzieningen die tot de bevoegdheid van de ondernemingsraad behoren, totdat de ondernemingsraad zelf die bevoegdheid uitoefent. De vereniging of verenigingen van werknemers, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder a, worden over het voorlopige reglement gehoord.

  2. 2

    Ten aanzien van het voorlopige reglement is artikel 8, eerste lid, eerste en tweede volzin en tweede lid, van overeenkomstige toepassing. Het voorlopige reglement vervalt op het tijdstip waarop de ondernemingsraad het in artikel 8 bedoelde reglement heeft vastgesteld.

  3. 3

    De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de ondernemer of de ondernemers die een centrale ondernemingsraad of een groepsondernemingsraad hebben ingesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:9545Rechtbank Noord-Holland, 28 oktober 2021 (civiel recht)

    Generieke uitsluiting uitzendkrachten langer dan 24 maanden werkzaam in onderneming van actief en passief kiesrecht voor de OR in het Voorlopig Reglement strijdig met WOR. Art 3 lid 1 sub a WOR niet…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:13387Rechtbank Den Haag, 10 december 2019 (arbeidsrecht)

    Zetelverdeling binnen DOR waarin twee geledingen zijn vertegenwoordigd (GOR DGBD en ORKD) op basis van getalsmatige evenredige verdeling, ook indien deze verdeling ertoe leidt dat de ene geleding de…

  • ECLI:NL:GHDHA:2015:1094Gerechtshof Den Haag, 12 mei 2015 (arbeidsrecht)

    art. 9, 36 en 49 WOR, instellen ondernemingsraad, betrokken vakorganisatie, belanghebbende

  • ECLI:NL:RBROT:2014:10878Rechtbank Rotterdam, 14 november 2014 (civiel recht)

    niet-ontvankelijkheid FNV geen belanghebbende in de zin van artikel 36 WOR

  • ECLI:NL:RBAMS:2014:6775Rechtbank Amsterdam, 10 oktober 2014 (civiel recht)

    Vordering tot instelling van een OR. Het standpunt dat Voorzet verschillende ondernemingen en onderdelen in stand houdt en dat voor deze in een groep verbonden ondernemers een gemeenschappelijke OR…

  • ECLI:NL:RBLIM:2014:6022Rechtbank Limburg, 30 juni 2014 (civiel recht)

    Kort geding ex artikel 254 Rv, aanhangig gemaakt door de Bijzondere Ondernemingsraad (BOR). De BOR vordert schorsing van het besluit van de ondernemer waarbij het aantal zetels van de…

  • ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9966Rechtbank Utrecht, 3 april 2009 (civiel recht)

    Collectief ontslag. De kantonrechter wijst 22 van 26 ontbindingsverzoeken – waaronder onderhavige – toe. Financiële noodsituatie aannemelijk. Afspiegelingsbeginsel juist toegepast. Overtreding WMCO.…

  • ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9974Rechtbank Utrecht, 3 april 2009 (civiel recht)

    Collectief ontslag. De kantonrechter wijst 22 van 26 ontbindingsverzoeken toe. Onderhavig verzoek wordt afgewezen. Werknemer is gedetacheerd. Werkgever heeft niet onderzocht of werknemer definitief…

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.