Wet op de ondernemingsraden

Wor

Huidige tekst

Artikel 46d Wor

Geldt sinds 1 januari 2020

Ten aanzien van een onderneming, waarin uitsluitend of nagenoeg uitsluitend krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht en ten aanzien van een onderneming die overheidswerkgever is in de zin van de Ambtenarenwet 2017 gelden de volgende bijzondere bepalingen: a. Voor de toepassing van deze wet wordt als bestuurder in de zin van deze wet niet aangemerkt 1°. bij een ministerie: de minister of een staatssecretaris; 2°. bij een provincie: de commissaris van de Koning, een lid van gedeputeerde staten of een lid van provinciale staten; 3°. bij een gemeente: de burgemeester, een lid van het college van burgemeester en wethouders of een lid van de gemeenteraad; 4°. bij een waterschap: de voorzitter, een lid van het dagelijks bestuur van een waterschap of een lid van het algemeen bestuur; 5°. bij de Kamers der Staten-Generaal: de voorzitter van de Kamer of een lid; 6°. bij de Raad van State: de vice-president of een lid; 7°. bij de Algemene Rekenkamer: de president of een lid van de Algemene Rekenkamer; 8°. bij de Nationale ombudsman: de Nationale ombudsman of een substituut-ombudsman. b. Voor de toepassing van artikel 23, tweede lid, zijn onder de aangelegenheden de onderneming betreffende niet begrepen de publiekrechtelijke vaststelling van taken van publiekrechtelijke lichamen en onderdelen daarvan, noch het beleid ten aanzien van en de uitvoering van die taken, behoudens voor zover het betreft de gevolgen daarvan voor de werkzaamheden van de in de onderneming werkzame personen. c. Voor de toepassing van onderdeel b bij de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven, zijn onder de aangelegenheden de onderneming betreffende tevens niet begrepen het beleid ten aanzien van en de uitvoering van de rechterlijke taken als bedoeld in artikel 23, tweede en derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, behoudens voorzover het de gevolgen daarvan betreft voor de werkzaamheden van de in de onderneming werkzame personen. d. De in de artikelen 5, 8, tweede en derde lid, 37, 38, 39 en 41, tweede lid, van deze wet aan de Raad toegekende bevoegdheden worden uitgeoefend door de Minister van Binnenlandse Zaken. e. Voor de toepassing van artikel 38, eerste lid, kunnen behalve een representatieve organisatie of organisaties van ondernemers ook een of meerdere ministers aangewezen worden. f. De verordenende bevoegdheid van de Raad, met uitzondering van de bevoegdheid genoemd in artikel 46a, strekt zich niet uit tot ondernemingen waarin uitsluitend of nagenoeg uitsluitend krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht. g. Indien op grond van het bepaalde in onderdeel d de Minister van Binnenlandse Zaken een bedrijfscommissie heeft ingesteld, dient deze onverminderd het bepaalde in artikel 40, eerste lid, aan de Minister van Binnenlandse Zaken verslag uit te brengen. De Minister van Binnenlandse Zaken doet dit verslag toekomen aan de betrokken werkgevers of verenigingen van werkgevers en de centrales van overheidspersoneel, verenigd in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid. h. Voor het behandelen van en beslissen op verzoeken als bedoeld in artikelen 27 en 36, ter zake van een rechtbank, is bevoegd de kantonrechter werkzaam bij de volgende rechtbank: 1°. terzake van de rechtbank Amsterdam: de rechtbank Noord-Holland; 2°. terzake van de rechtbank Den Haag: de rechtbank Rotterdam; 3°. ter zake van de rechtbank Gelderland: de rechtbank Overijssel; 4°. terzake van de rechtbank Limburg: de rechtbank Oost-Brabant; 5°. terzake van de rechtbank Midden-Nederland: de rechtbank Noord-Nederland 6°. terzake van de rechtbank Noord-Holland: de rechtbank Amsterdam; 7°. ter zake van de rechtbank Noord-Nederland: de rechtbank Midden-Nederland; 8°. terzake van de rechtbank Oost-Brabant: de rechtbank Zeeland-West-Brabant; 9°. ter zake van de rechtbank Overijssel: de rechtbank Gelderland; 10°. terzake van de rechtbank Rotterdam: de rechtbank Den Haag; 11°. terzake van de rechtbank Zeeland-West-Brabant: de rechtbank Limburg. i. Een beroep als bedoeld in artikel 26, eerste lid, ter zake van het gerechtshof Amsterdam, wordt ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:161Parket bij de Hoge Raad, 14 februari 2020 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. WOR. Adviesrecht ondernemingsraad. Valt besluit onder primaat van de politiek (art. 46d onder b WOR)? Uitzondering op uitzondering (art. 46d onder b, laatste…

  • ECLI:NL:PHR:2019:479Parket bij de Hoge Raad, 10 mei 2019 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Medezeggenschapsrecht. Besluit over huisvesting. Valt bestreden besluit onder het primaat van de politiek (art. 46d WOR)? Is beroep mogelijk in verband met toegekend adviesrecht?…

  • ECLI:NL:HR:2019:397Hoge Raad, 22 maart 2019 (civiel recht)

    Medezeggenschapsrecht. Ondernemingsraad bij de overheid; primaat van de politiek (art. 46d WOR). Verhouding tussen art. 46d WOR en art. 32 WOR. Kan de ondernemer op de voet van art. 32 WOR het…

  • ECLI:NL:PHR:2019:106Parket bij de Hoge Raad, 25 januari 2019 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht, medezeggenschap. Art. 27 WOR. Is aankondiging werkgever (gemeente) dat praktijk van afwijkende registratie van pauzetijden wordt beëindigd een besluit waarvoor…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1105Gerechtshof Amsterdam, 28 april 2026 (ondernemingsrecht)

    OK; WOR; afwijzing verzoek.

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:3666Gerechtshof Amsterdam, 9 december 2024 (ondernemingsrecht)

    Wet op de ondernemingsraden. Beroep artikel 26. Reorganisatie.

  • ECLI:NL:GHAMS:2021:787Gerechtshof Amsterdam, 25 februari 2021 (ondernemingsrecht)

    OK; medezeggenschapsrecht; het beroep van de ondernemingsraad richt zich tegen het besluit tot wijziging van de structuur van de top van de ambtelijke organisatie van de gemeente; politiek primaat…

  • ECLI:NL:RBOVE:2020:338Rechtbank Overijssel, 29 januari 2020 (civiel recht)

    Het besluit om een extern bureau een onderzoek te laten verrichten naar de toekomstmogelijkheden van het gemeenschappelijke sociale werkvoorzieningsschap Centraal Overijssel valt onder het zogenaamde…

37 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.