Wet op de ondernemingsraden

Wor

Huidige tekst

Artikel 27 Wor

Geldt sinds 18 februari 2023

  1. 1

    De ondernemer behoeft de instemming van de ondernemingsraad voor elk door hem voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van: a.regelingen op grond van een pensioenovereenkomst, een winstdelingsregeling of een spaarregeling; b.een arbeids- en rusttijdenregeling of een vakantieregeling; c.een belonings- of een functiewaarderingssysteem; d.een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het reintegratiebeleid; e.een regeling op het gebied van het aanstellings-, ontslag- of bevorderingsbeleid; f.een regeling op het gebied van de personeelsopleiding; g.een regeling op het gebied van de personeelsbeoordeling; h.een regeling op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk werk; i.een regeling op het gebied van het werkoverleg; j.een regeling op het gebied van de behandeling van klachten; k.een regeling omtrent het verwerken van alsmede de bescherming van de persoonsgegevens van de in de onderneming werkzame personen; l.een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van de in de onderneming werkzame personen; m.een procedure voor het omgaan met het melden van een vermoeden van een misstand, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet bescherming klokkenluiders; een en ander voor zover betrekking hebbende op alle of een groep van de in de onderneming werkzame personen.

  2. 2

    De ondernemer legt het te nemen besluit schriftelijk aan de ondernemingsraad voor. Hij verstrekt daarbij een overzicht van de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben. De ondernemingsraad beslist niet dan nadat over de betrokken aangelegenheid ten minste éénmaal overleg is gepleegd in een overlegvergadering. Na het overleg deelt de ondernemingsraad zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed zijn beslissing aan de ondernemer mee. Na de beslissing van de ondernemingsraad deelt de ondernemer zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de ondernemingsraad mee welk besluit hij heeft genomen en met ingang van welke datum hij dat besluit zal uitvoeren.

  3. 3

    De in het eerste lid bedoelde instemming is niet vereist, voor zover de betrokken aangelegenheid voor de onderneming reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan. Instemming is eveneens niet vereist voor zover ter zake van een aangelegenheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, sprake is van verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet.

  4. 4

    Heeft de ondernemer voor het voorgenomen besluit geen instemming van de ondernemingsraad verkregen, dan kan hij de kantonrechter toestemming vragen om het besluit te nemen. De kantonrechter geeft slechts toestemming, indien de beslissing van de ondernemingsraad om geen instemming te geven onredelijk is, of het voorgenomen besluit van de ondernemer gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen.

  5. 5

    Een besluit als bedoeld in het eerste lid, genomen zonder de instemming van de ondernemingsraad of de toestemming van de kantonrechter, is nietig, indien de ondernemingsraad tegenover de ondernemer schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan. De ondernemingsraad kan slechts een beroep op de nietigheid doen binnen een maand nadat hetzij de ondernemer hem zijn besluit overeenkomstig de laatste volzin van het tweede lid heeft meegedeeld, hetzij - bij gebreke van deze mededeling - de ondernemingsraad is gebleken dat de ondernemer uitvoering of toepassing geeft aan zijn besluit.

  6. 6

    De ondernemingsraad kan de kantonrechter verzoeken de ondernemer te verplichten zich te onthouden van handelingen die strekken tot uitvoering of toepassing van een nietig besluit als bedoeld in het vijfde lid. De ondernemer kan de kantonrechter verzoeken te verklaren dat de ondernemingsraad ten onrechte een beroep heeft gedaan op nietigheid als bedoeld in het vijfde lid.

  7. 7

    Onder regelingen op grond van een pensioenovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden mede verstaan regelingen opgenomen in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet of een uitvoeringsreglement als bedoeld in onderdeel b van de definitie van uitvoeringsreglement in artikel 1 van de Pensioenwet, die van invloed zijn op de pensioenovereenkomst waaronder in ieder geval worden begrepen: regelingen over de wijze waarop de verschuldigde premie wordt vastgesteld, de maatstaven voor en de voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt en de keuze voor onderbrenging bij een bepaalde pensioenuitvoerder, pensioeninstelling uit een andere lidstaat of verzekeraar met zetel buiten Nederland als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Pensioenwet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:1211Parket bij de Hoge Raad, 22 december 2023 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Moet werkgever representatieve vakbond aanvaarden als onderhandelingspartner indien met ondernemingsraad wordt onderhandeld over primaire arbeidsvoorwaarden?

  • ECLI:NL:PHR:2023:666Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2023 (civiel recht)

    Medezeggenschapsrecht. Geschil of adviesrecht OR van toepassing is op het aangaan van raamovereenkomsten met uitzendbureaus. Art. 25 lid 1, onder g, WOR.

  • ECLI:NL:PHR:2020:111Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 2020 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Algemene vergadering van aandeelhouders van BV ontslaat bestuurder zonder kennisneming van diens raadgevende stem (art. 2:227 lid 7 BW). Klacht tegen oordeel…

  • ECLI:NL:PHR:2019:106Parket bij de Hoge Raad, 25 januari 2019 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht, medezeggenschap. Art. 27 WOR. Is aankondiging werkgever (gemeente) dat praktijk van afwijkende registratie van pauzetijden wordt beëindigd een besluit waarvoor…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2332Gerechtshof Amsterdam, 11 augustus 2026 (civiel recht)

    Geschil over toeslagbeding in oude pensioenregeling na wijziging van de bestaande middelloonregeling in een premieregeling; kwalificatie van mededeling pensioenverzekeraar dat toeslagregeling is…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:592Rechtbank Midden-Nederland, 12 februari 2026 (civiel recht)

    Vervangende toestemming meeroosteren, redelijkheidstoets, het belang van RWS en de wens van (88% van) het team weegt zwaarder dan de zorgen van de OR over de capaciteit. Artikel 27 lid 4 WOR

  • ECLI:NL:RBROT:2025:15750Rechtbank Rotterdam, 14 november 2025 (ondernemingsrecht)

    artikel 27 lid 1 sub c WOR, instemming ondernemingsraad

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:2924Gerechtshof Amsterdam, 4 november 2025 (civiel recht)

    Het besluit om bovenop de cao-loonsverhoging geen individuele loonsverhoging op basis van individuele prestaties toe te kennen over een bepaald jaar, betreft geen beloningssysteem in de zin van…

251 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.