Wet op de ondernemingsraden

Wor

Huidige tekst

Artikel 21 Wor

Geldt sinds 1 januari 2002

De ondernemer draagt er zorg voor, dat de in de onderneming werkzame personen die staan of gestaan hebben op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9, alsmede de leden en de gewezen leden van de ondernemingsraad en van de commissies van die raad niet uit hoofde van hun kandidaatstelling of van hun lidmaatschap van de ondernemingsraad of van een commissie van die raad worden benadeeld in hun positie in de onderneming. Indien de ondernemer aan de ondernemingsraad een secretaris heeft toegevoegd is de eerste volzin op die secretaris van overeenkomstige toepassing. Op degene die het initiatief neemt of heeft genomen tot het instellen van een ondernemingsraad is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing. De ondernemingsraad, alsmede iedere in de onderneming werkzame persoon als in de eerste tot en met derde volzin bedoeld, kan de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de ondernemer gevolg dient te geven aan hetgeen in de eerste tot en met derde volzin is bepaald. Ten aanzien van personen die krachtens publiekrechtelijke aanstelling in de onderneming werkzaam zijn, treedt een andere kamer van de rechtbank in de plaats van de kantonrechter.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:92Parket bij de Hoge Raad, 20 januari 2023 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Maatstaf uitzondering opzegverbod tijdens ziekte art. 7:671b lid 6 onderdeel a BW, waarin is bepaald dat de arbeidsovereenkomst ondanks de aanwezigheid van een opzegverbod kan worden…

  • ECLI:NL:PHR:2022:231Parket bij de Hoge Raad, 11 maart 2022 (civiel recht)

    Ontslag werkneemster ROC wegens verstoorde arbeidsverhoudingen na publicatie boek over onderwijsvernieuwingen binnen ROC. Art. 10 EVRM. Vrijheid van meningsuiting. Causaal verband tussen uiting…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1116Parket bij de Hoge Raad, 1 november 2019 (civiel recht)

    Medezeggenschapsrecht. Verzoek tot uitsluiting deelname lid OR (art. 13 WOR); beoordelingsmaatstaf; laatste waarschuwing vereist?

  • ECLI:NL:PHR:2009:BJ9069Parket bij de Hoge Raad, 11 december 2009 (civiel recht)

    Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van art. 7:685 BW na opzegging is mogelijk, maar die ontbinding zal slechts effect (kunnen) hebben voor de nog resterende looptijd van de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:1877Gerechtshof Amsterdam, 15 juli 2025 (ondernemingsrecht)

    OK, Wet medezeggenschap scholen. Beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:375Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 januari 2025 (verbintenissenrecht)

    De OR van de PI Middelburg is het niet eens over hoe PI Middelburg Artikel 17.2.1 van het personeelsreglement (versie 3) toepast. In dit artikel is bepaald wanneer een OR-lid recht heeft op een…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:11805Rechtbank Rotterdam, 8 december 2023 (arbeidsrecht)

    Benadeling vrijgestelde leden van ondernemingsraad (art. 21 WOR).

  • ECLI:NL:RBROT:2023:3164Rechtbank Rotterdam, 13 april 2023 (arbeidsrecht)

    Ontbinding arbeidsovereenkomst vanwege verstoorde arbeidsverhouding. Geen ernstig verwijt werknemer en werkgever: wel een transitievergoeding, geen billijke vergoeding.

35 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.