Wet op de ondernemingsraden

Wor

Huidige tekst

Artikel 23 Wor

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    De ondernemer en de ondernemingsraad komen met elkaar bijeen binnen twee weken nadat hetzij de ondernemingsraad hetzij de ondernemer daarom onder opgave van redenen heeft verzocht.

  2. 2

    In de in het eerste lid bedoelde overlegvergaderingen worden de aangelegenheden, de onderneming betreffende, aan de orde gesteld, ten aanzien waarvan hetzij de ondernemer, hetzij de ondernemingsraad overleg wenselijk acht of waarover ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde overleg tussen de ondernemer en de ondernemingsraad moet plaatsvinden. In ondernemingen waarin in de regel ten minste 100 personen werkzaam zijn, worden ten minste eenmaal per jaar in de overlegvergadering in ieder geval besproken de hoogte en de inhoud van de in artikel 31d, eerste en tweede lid, bedoelde arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken, en de ontwikkeling van de beloningsverhoudingen ten opzichte van het voorgaande jaar per verschillende groep van de in de onderneming werkzame personen. De ondernemingsraad is bevoegd omtrent de bedoelde aangelegenheden voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. Onder de aangelegenheden, de onderneming betreffende, is niet begrepen het beleid ten aanzien van, alsmede de uitvoering van een bij of krachtens een wettelijk voorschrift aan de ondernemer opgedragen publiekrechtelijke taak, behoudens voor zover deze uitvoering de werkzaamheden van de in de onderneming werkzame personen betreft.

  3. 3

    De ondernemingsraad is ook buiten de overlegvergadering bevoegd aan de ondernemer voorstellen te doen omtrent de in het tweede lid bedoelde aangelegenheden. Een dergelijk voorstel wordt schriftelijk en voorzien van een toelichting aan de ondernemer voorgelegd. De ondernemer beslist over het voorstel niet dan nadat daarover ten minste éénmaal overleg is gepleegd in een overlegvergadering. Na het overleg deelt de ondernemer zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed aan de ondernemingsraad mee, of en in hoeverre hij overeenkomstig het voorstel zal besluiten.

  4. 4

    Het overleg wordt voor de ondernemer gevoerd door de bestuurder van de onderneming. Wanneer een onderneming meer dan één bestuurder heeft, bepalen dezen te zamen wie van hen overleg pleegt met de ondernemingsraad.

  5. 5

    De in het vorige lid bedoelde bestuurder kan zich in geval van verhindering of ten aanzien van een bepaald onderwerp laten vervangen door een medebestuurder. Heeft de onderneming geen meerhoofdig bestuur, dan kan de bestuurder zich bij verhindering doen vervangen door een persoon als bedoeld in artikel 24, tweede lid, of door een in de onderneming werkzame persoon die beschikt over bevoegdheden om namens de ondernemer overleg te voeren met de ondernemingsraad.

  6. 6

    De bestuurder of degene die hem vervangt kan zich bij het overleg laten bijstaan door een of meer medebestuurders, personen als bedoeld in artikel 24, tweede lid, of in de onderneming werkzame personen.

  7. 7

    Ten aanzien van de overlegvergadering, bedoeld in het tweede lid, tweede zin, is artikel 24, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:666Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2023 (civiel recht)

    Medezeggenschapsrecht. Geschil of adviesrecht OR van toepassing is op het aangaan van raamovereenkomsten met uitzendbureaus. Art. 25 lid 1, onder g, WOR.

  • ECLI:NL:PHR:2020:161Parket bij de Hoge Raad, 14 februari 2020 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. WOR. Adviesrecht ondernemingsraad. Valt besluit onder primaat van de politiek (art. 46d onder b WOR)? Uitzondering op uitzondering (art. 46d onder b, laatste…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1116Parket bij de Hoge Raad, 1 november 2019 (civiel recht)

    Medezeggenschapsrecht. Verzoek tot uitsluiting deelname lid OR (art. 13 WOR); beoordelingsmaatstaf; laatste waarschuwing vereist?

  • ECLI:NL:PHR:2019:479Parket bij de Hoge Raad, 10 mei 2019 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Medezeggenschapsrecht. Besluit over huisvesting. Valt bestreden besluit onder het primaat van de politiek (art. 46d WOR)? Is beroep mogelijk in verband met toegekend adviesrecht?…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1105Gerechtshof Amsterdam, 28 april 2026 (ondernemingsrecht)

    OK; WOR; afwijzing verzoek.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:14926Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2025 (civiel recht)

    Maaltijdvergoeding voor ZSM-locatie in Den Haag. Heeft de OR een bovenwettelijk instemmingsrecht op grond van art. 32 lid 2 WOR verkregen?

  • ECLI:NL:RBROT:2025:11264Rechtbank Rotterdam, 21 juli 2025 (arbeidsrecht)

    Arbeidszaak. Ontbinding arbeidsovereenkomst vanwege verwijtbaar handelen en nalaten werknemer.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:3029Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 mei 2025 (ondernemingsrecht)

    De vraag die hier voorligt is of werkgever de ondernemingsovereenkomst met de OR heeft mogen opzeggen. Uitgangspunt van de ondernemingsovereenkomst is dat deze voor onbepaalde tijd geldt. In de…

27 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.