Wet op de ondernemingsraden

Wor

Huidige tekst

Artikel 35c Wor

Geldt sinds 18 februari 2023

  1. 1

    De ondernemer die een onderneming in stand houdt waarin in de regel ten minste 10 personen maar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvoor geen ondernemingsraad is ingesteld, kan een personeelsvertegenwoordiging instellen, bestaande uit ten minste drie personen die rechtstreeks gekozen zijn bij geheime schriftelijke stemming door en uit in de onderneming werkzame personen.

  2. 2

    Op verzoek van de meerderheid van de in de onderneming werkzame personen stelt de ondernemer de in het eerste lid bedoelde personeelsvertegenwoordiging in.

  3. 3

    Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, is artikel 5a, tweede lid, derde en vierde volzin, van overeenkomstige toepassing. De artikelen 7, 13, 17, 18, eerste en tweede lid, 21, 22, eerste lid, tweede lid, voor zover het betreft de kosten van het voeren van rechtsgedingen, derde en vierde lid, 22a, 27, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft een arbeids- en rusttijdenregeling, en onderdelen d en m, derde tot en met zesde lid, 31, eerste lid, 32, 35b, vierde en vijfde lid, behoudens de in dat lid bedoelde arbeidsomstandigheden, en zevende lid, en 36 zijn van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    De ondernemer legt een voorgenomen besluit als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft een arbeids- en rusttijdenregeling, en onderdelen d en m, schriftelijk aan de personeelsvertegenwoordiging voor. Hij verstrekt daarbij een overzicht van de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben. De personeelsvertegenwoordiging beslist niet dan nadat over de betrokken aangelegenheid ten minste éénmaal met de ondernemer overleg is gepleegd. Na het overleg deelt de personeelsvertegenwoordiging zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed zijn beslissing aan de ondernemer mee. Na de beslissing van de personeelsvertegenwoordiging deelt de ondernemer zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de personeelsvertegenwoordiging mee welk besluit hij heeft genomen en met ingang van welke datum hij dat besluit zal uitvoeren.

  5. 5

    De personeelsvertegenwoordiging kan met toestemming van de ondernemer commissies instellen of deskundigen uitnodigen. Ten aanzien van het uitnodigen van deskundigen is toestemming niet vereist, wanneer de deskundige geen kosten in rekening brengt of wanneer de kosten door de personeelsvertegenwoordiging bestreden worden uit een bedrag als bedoeld in artikel 22, derde lid. Heeft de ondernemer toestemming gegeven voor het raadplegen van een deskundige, dan komen de kosten daarvan te zijnen laste.

  6. 6

    Inlichtingen en gegevens bestemd voor de personeelsvertegenwoordiging, die volgens artikel 31, eerste lid, schriftelijk moeten worden verstrekt, mogen door de ondernemer ook mondeling worden verstrekt. In afwijking hiervan wordt informatie met betrekking tot de arbeidsvoorwaarde pensioen altijd schriftelijk verstrekt, indien de ondernemer de informatie schriftelijk beschikbaar heeft.

  7. 7

    De ondernemer is verplicht met de personeelsvertegenwoordiging in overleg te treden over de arbeidsvoorwaarde pensioen, indien de personeelsvertegenwoordiging daartoe een met redenen omkleed verzoek doet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:1116Parket bij de Hoge Raad, 1 november 2019 (civiel recht)

    Medezeggenschapsrecht. Verzoek tot uitsluiting deelname lid OR (art. 13 WOR); beoordelingsmaatstaf; laatste waarschuwing vereist?

  • ECLI:NL:PHR:2016:20Parket bij de Hoge Raad, 29 januari 2016 (civiel recht)

    Arbeidsrecht. Ontslagbescherming voor lid van ondernemingsraad (art. 7:670 lid 4 en art. 7:670a lid 1 (oud) BW) indien ondernemingsraad niet voldoet aan vereisten van de WOR. Schadevergoeding bij…

  • ECLI:NL:PHR:2007:AZ9122Parket bij de Hoge Raad, 26 oktober 2007 (civiel recht)

    Arbeidsrecht; overgang (deel van) onderneming in zin van art. 7:662 e.v. BW; zie ook C06/118. wijze van informatievoorziening aan werknemer schending goed werkgeverschap ex art. 7:611?

  • ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ8330Rechtbank Oost-Brabant, 19 april 2013 (civiel recht)

    Opzegverbod ivm lidmaatschap personeelsvertegenwoordiging; uitleg begrip personeelsvertegenwoordiging.

  • ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4291Rechtbank Amsterdam, 11 maart 2013 (civiel recht)

    personeelvertegenwoordiging; optreden in rechte, intrekken ontslagaanvraag in verband met advies PVT

  • ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3947Rechtbank Utrecht, 20 november 2012 (civiel recht)

    Ontbindingsprocedure in het kader van een collectief ontslag bij een aannemingsbedrijf. Beoordeling van de aangevoerde bedrijfseconomische redenen. Toetsing aan het afspiegelingsbeginsel…

  • ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3949Rechtbank Utrecht, 20 november 2012 (civiel recht)

    Ontbindingsprocedure in het kader van een collectief ontslag bij een aannemingsbedrijf. Beoordeling van de aangevoerde bedrijfseconomische redenen. Toetsing aan het afspiegelingsbeginsel…

  • ECLI:NL:RBMAA:2005:AT4064Rechtbank Maastricht, 9 maart 2005 (civiel recht)

    Bepaalt dat de litigieuze opzegging van gedaagde van der partij arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is. Veroordeelt gedaagde om aan eiser ter zake schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:681…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.