Werkloosheidswet

WW

Huidige tekst

Artikel 79 WW

Geldt sinds 1 januari 2018

  1. 1

    Het UWV verhaalt op de overheidswerkgever tot wie de dienstbetrekking bestond uit hoofde waarvan de overheidswerknemer de in onderdeel a bedoelde uitkering ontvangt: a.de op grond van hoofdstuk II te betalen uitkering aan die overheidswerknemer, met uitzondering van de premie verschuldigd over een uitkering, als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen; b.de op grond van enige wet over de uitkering, bedoeld in onderdeel a, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht, met uitzondering van de premie verschuldigd over een uitkering, als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen.

  2. 2

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder uitkering niet verstaan de uitkering aan een persoon: a.voor wie een beschikking geldt als bedoeld in artikel 4a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met betrekking tot de, in de in het eerste lid bedoelde dienstbetrekking, verrichte soort van werkzaamheden wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van die wet; b.waarvan het de overheidswerkgever niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat deze tot hem in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking stond; c.welke op grond van deze wet wordt ontvangen in de eerste dertien weken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Perioden van ongeschiktheid worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.

  3. 3

    Op het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever op grond van het eerste lid over enig tijdvak wordt verhaald, wordt in mindering gebracht hetgeen het UWV in dat tijdvak ontvangt door de toepassing van artikel 36, onder aftrek van de daarop betrekking hebbende uitvoeringskosten, voorzover die toepassing betrekking heeft op uitkeringen en premies die eerder op grond van dat lid op de overheidswerkgever zijn verhaald.

  4. 4

    Indien hetgeen op grond van het derde lid in mindering wordt gebracht het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever over het betrokken tijdvak wordt verhaald overtreft, wordt dat meerdere door het UWV betaald aan de overheidswerkgever.

  5. 5

    Indien de overheidswerkgever, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat, wordt voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid onder overheidswerkgever verstaan de rechtsopvolger van die overheidswerkgever. De eerste zin is niet van toepassing met betrekking tot de rechtsopvolger na faillissement.

  6. 6

    Het UWV kan de in het eerste lid bedoelde bedragen invorderen bij dwangbevel.

  7. 7

    Het UWV kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste tot en met derde lid en het vijfde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2025:1288Centrale Raad van Beroep, 20 augustus 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering WW-uitkering uit te betalen. Verwijtbaar werkloos. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat het college aan ex-werknemer passende arbeid heeft aangeboden. Ex-werknemer heeft het…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:555Centrale Raad van Beroep, 20 maart 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning en uitbetaling WW-uitkering. Verhaal WW-uitkering op gemeente als werkgever. Geen sprake van verwijtbare werkloosheid. Gemeente heeft initiatief genomen om dienstbetrekking te beëindigen.…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:168Centrale Raad van Beroep, 31 januari 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Geen sprake van verwijtbare werkloosheid. Het Uwv heeft terecht aan betrokkene een WW-uitkering uitbetaald. Niet passende arbeid. Indien de arbeid wel passend zou zijn geweest, zou bovendien…

  • ECLI:NL:RBNHO:2023:96Rechtbank Noord-Holland, 13 januari 2023 (bestuursrecht)

    Einduitspraak na tussenuitspraak. Het gebrek is hersteld. Voldoende inzichtelijk is gemaakt op welke gegevens van het Participatiefonds verweerder zijn besluitvorming heeft gebaseerd.

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:9222Rechtbank Noord-Holland, 14 oktober 2021 (bestuursrecht)

    Verweerder verrekent uitkeringskosten betaald aan gewezen werknemers van basisscholen, zoals in artikel 138 Wpo geregeld, met de bekostiging van die scholen. Verweerder gaat daarbij zonder nader…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:1014Centrale Raad van Beroep, 29 april 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Uit de polisadministratie volgt dat Essent overheidswerkgever is. Het standpunt van het Uwv dat de rechtbank het onderscheid tussen de re-integratietaak van een overheidswerkgever en de controletaak…

  • ECLI:NL:CRVB:2020:904Centrale Raad van Beroep, 8 april 2020 (socialezekerheidsrecht)

    Bestreden besluit 1. De rechtsgevolgen van bestreden besluit 1 kunnen in stand worden gelaten, nu de bezwaren van appellante gelet op artikel 129b van de WW terecht ongegrond zijn verklaard.…

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:2327Rechtbank Noord-Holland, 27 maart 2020 (bestuursrecht)

    Toekenning (voorschotten) WW-uitkering en verhaalsbesluiten. Beroepen gegrond. Verweerder dient nieuwe besluiten te nemen.

20 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.