Werkloosheidswet

WW

Huidige tekst

Artikel 30 WW

Geldt sinds 1 juli 2015

  1. 1

    Het UWV betaalt de uitkering waarop op grond van deze wet recht bestaat.

  2. 2

    Het UWV schort de betaling van de uitkering op of schorst de betaling, indien het op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat: a.het recht op uitkering niet of niet meer bestaat; b.recht op een lagere uitkering bestaat; of c.de werknemer een verplichting, hem op grond van de artikelen 24, 25 of 26 opgelegd, niet is nagekomen.

  3. 3

    Indien een reïntegratiebedrijf aan het UWV heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon aan wie een uitkering op grond van deze wet is toegekend onvoldoende medewerking verleent aan de op hem betrekking hebbende werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, neemt het UWV een besluit omtrent de gehele of gedeeltelijke opschorting of schorsing van de betaling van de uitkering aan die persoon voor de duur van ten hoogste acht weken.

  4. 4

    Het UWV stelt het reïntegratiebedrijf in kennis van een besluit tot opschorting of schorsing als bedoeld in het derde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:1114Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2013 (belastingrecht)

    Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam van 31 mei 2012, nr. 11/00820, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8035, NTFR 2012/1749. De zaak is een uiteindelijk gevolg van de…

  • ECLI:NL:PHR:2013:1115Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2013 (belastingrecht)

    Staatssecretaris van Financiën, tegen de uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam van 31 mei 2012, nrs. 03/00694, 03/00695, 03/00696, 03/00699, 03/00700 en 03/01030, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8036, NTFR…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:2502Centrale Raad van Beroep, 21 december 2023 (ambtenarenrecht)

    Terechte afwijzing verzoek om herleving van WW-uitkering. Aanvraag ruim na vijf jaar. Geen sprake van "resterende WW-rechten".

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:17289Rechtbank Den Haag, 1 oktober 2021 (ambtenarenrecht)

    Besluit van 11 juli 1996 met betrekking tot toekenning uitkering met einddatum 2 juni 2000 en besluit van 12 augustus 1999 met betrekking tot schorsing uitbetaling van die uitkering staan in rechte…

  • ECLI:NL:RBAMS:2018:4863Rechtbank Amsterdam, 13 juli 2018 (bestuursrecht)

    Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) mag de WW-uitkering van een man opschorten, omdat bij het UWV twijfel bestaat of de man recht heeft op de uitkering.

  • ECLI:NL:RBROT:2018:1290Rechtbank Rotterdam, 22 februari 2018 (bestuursrecht)

    Buiten gebruik stellen en verzegelen van een kermisattractietoestel door de minister van VWS. Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Interventiebeleid. Niet in geschil is dat eiseres op dat…

  • ECLI:NL:CRVB:2016:4171Centrale Raad van Beroep, 2 november 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Dagloon WW-uitkering juist vastgesteld. De wetgever heeft met de wijziging van artikel 45 van de WW per 1 juni 2013, en de daarbij gemaakte keuzen gericht op vereenvoudiging van wet- en regelgeving…

  • ECLI:NL:CRVB:2016:1009Centrale Raad van Beroep, 30 maart 2016 (socialezekerheidsrecht)

    Artikel 12, eerste lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen is niet in strijd met het Eerste Protocol bij het EVRM. In het geval van appellant is door de wijziging van de dagloongarantie…

48 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.