Werkloosheidswet

WW

Huidige tekst

Artikel 26 WW

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    De werknemer is verplicht: a.zich te onthouden van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden; b.binnen één week na het intreden van zijn werkloosheid bij het UWV een aanvraag om een uitkering in te dienen; c.de voorschriften op te volgen die het UWV ten behoeve van een doelmatige controle stelt; d.zich als werkzoekende bij het UWV te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; e.mee te werken aan de activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid; f.mee te werken aan een scholing of opleiding die noodzakelijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid, beschikbaar te zijn voor de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel a, of 7a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet en mee te werken aan het verkrijgen van die voorzieningen; g.mee te werken aan een voor hem gewenst onderzoek naar zijn arbeidsgeschiktheid door een arts, een psycholoog of een beroepskeuze-adviseur; h.te voldoen aan de andere voorwaarden die het UWV op grond van artikel 101, tweede lid, stelt; i.de hem op grond van hoofdstuk VI opgelegde verplichtingen na te komen; en j.de voorschriften op te volgen die het UWV stelt in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering; k.mee te werken aan het opstellen van de re-integratievisie, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet; l.te voldoen aan de verplichtingen die zijn opgenomen in de re-integratievisie, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet; m.bij deelname aan een re-integratietraject de reden van het niet naleven van zijn re-integratieverplichtingen onmiddellijk aan het re-integratiebedrijf mee te delen.

  2. 2

    Het UWV is bevoegd regels te stellen met betrekking tot het tijdstip van registratie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.

  3. 3

    Onze Minister is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdelen d, f of g, opgelegd.

  4. 4

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aan werknemers in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan worden verleend van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdelen d, f of g, opgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:1827Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2013 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Verzoek tot vaststelling kinderalimentatie; verdiencapaciteit alimentatieplichtige, andere maatstaf dan door UWV toegepast.

  • ECLI:NL:PHR:2008:BD3132Parket bij de Hoge Raad, 11 juli 2008 (insolventierecht)

    WSNP. Tussentijdse beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling wegens het niet naar behoren nakomen van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen (81 RO).

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1218Centrale Raad van Beroep, 16 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante als (bedrijfstak)pensioenfonds niet op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb als belanghebbende bij een aanvraag om uitkering…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1226Centrale Raad van Beroep, 16 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante als (bedrijfstak)pensioenfonds niet op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb als belanghebbende bij een aanvraag om uitkering…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8149Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Maatregel vanwege het niet tijdig indienen van een aanvraag om een WW-uitkering. Beroep gegrond en zelf voorzien omdat het UWV ten onrechte geen dwangsom heeft vastgesteld in verband met het niet…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:1943Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 maart 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Bovenwettelijke werkloosheidsuitkering, maatregel wegens te laat indienen aanvraag

  • ECLI:NL:CRVB:2026:74Centrale Raad van Beroep, 14 januari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Verlaging WW-uitkering met 25% gedurende vier maanden. Appellant heeft zich niet gehouden aan de verplichtingen op grond van artikel 26, lid 1, van de WW om mee te werken aan activiteiten die…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:21436Rechtbank Den Haag, 7 november 2024 (socialezekerheidsrecht)

    korting op WW-uitkering. Beroep ongegrond.

67 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.