Zorgverzekeringswet

Zvw

Huidige tekst

Artikel 42 Zvw

Geldt sinds 1 januari 2022

  1. 1

    De inhoudingsplichtige is een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd over het door hem verstrekte loon overeenkomstig de Wet op de loonbelasting 1964 uit: a.tegenwoordige dienstbetrekking als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 van de verzekeringsplichtige of van degene, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van deze wet, met uitzondering van: 1°. de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964; 2°. het in artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 bedoelde voordeel, voor zover dit voordeel door middel van een aan de werknemer opgelegde naheffingsaanslag in aanmerking is genomen; 3°. het loon van degene, bedoeld in artikel 4, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964; 4°. het loon van de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, van de Ziektewet; b.vroegere arbeid als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 van de verzekeringsplichtige of van degene, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, tot een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip, met uitzondering van bij ministeriële regeling aan te wijzen bestanddelen van het loon.

  2. 2

    Het loon waarover de inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge het eerste lid wordt geheven, wordt ten minste gesteld op nihil en wordt bij dezelfde inhoudingsplichtige tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Financiën, met betrekking tot een kalenderjaar vastgestelde bedrag.

  3. 3

    Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt herleid en vastgesteld voor andere loontijdvakken waarin loon als bedoeld in het eerste lid wordt genoten.

  4. 4

    Voor de herleiding naar een ander loontijdvak van het bedrag, bedoeld in het derde lid, is artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    De inkomensafhankelijke bijdrage wordt per loontijdvak berekend over het verschil tussen het loon dat de werknemer in het kalenderjaar heeft genoten tot en met dat loontijdvak en het loon dat de werknemer in dat kalenderjaar heeft genoten tot en met het aan dat loontijdvak voorafgaande loontijdvak, met dien verstande dat van het bij eenzelfde inhoudingsplichtige genoten loon buiten aanmerking blijft het gedeelte dat meer bedraagt dan het met toepassing van het derde of vierde lid vastgestelde bedrag per loontijdvak, vermenigvuldigd met het aantal loontijdvakken van het kalenderjaar. Artikel 17, derde lid, tweede en derde zin, van de Wet financiering sociale verzekeringen is van overeenkomstige toepassing op de berekening van de inkomensafhankelijke bijdrage, met dien verstande dat wijze van berekenen van de in dat lid bedoelde premies over het deel van het bij een werkgever genoten loon, dat betrekking heeft op de betaling van uitkeringen als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a of b, van die wet door een eigenrisicodrager tevens bepalend is voor de wijze van berekenen van de inkomensafhankelijk bijdrage over die uitkeringen.

  6. 6

    Het tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing in de gevallen, bedoeld in artikel 26b, eerste volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964.

  7. 7

    De inhoudingsplichtige mag de door hem verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage niet verhalen op de verzekeringsplichtige of op degene, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b. Elk beding waarbij van de eerste volzin wordt afgeweken, is nietig.

  8. 8

    De rijksbelastingdienst stort de inkomensafhankelijke bijdrage die is geheven over het loon van degene, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van deze wet op de rekening, bedoeld in artikel 70, eerste dan wel tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:459Parket bij de Hoge Raad, 26 april 2024 (belastingrecht)

    Art. 8.1 en 8.11 Wet IB 2001; art. 33 Wet LB; art. 9.1 en 9.4 URLB 2011; art. 14 EVRM. Begrip ‘loon uit tegenwoordige arbeid’. Samenloop arbeidskorting en samenvoegingsbepaling in de loonbelasting.…

  • ECLI:NL:PHR:2019:843Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2019 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 17 juli 2019 in de zaken met rolnummers 18/04202, 19/01054, 19/01056, 19/01057 en 19/01058.

  • ECLI:NL:PHR:2018:836Parket bij de Hoge Raad, 25 juli 2018 (belastingrecht)

    Heden neem ik conclusie in de zaak met nummer 18/00352 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X2], belanghebbende, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december…

  • ECLI:NL:PHR:2018:837Parket bij de Hoge Raad, 25 juli 2018 (belastingrecht)

    Heden neem ik conclusie in de zaak met nummer 18/00354 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X1], belanghebbende, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6411Rechtbank Oost-Brabant, 7 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Toerekening WIA-uitkering aan eigenrisicodrager. Overgang van onderneming.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1189Centrale Raad van Beroep, 1 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling definitief budget 2022. Exceptieve toetsing verdeelmodel. Opdracht nieuw besluit. Anders dan de Raad heeft geoordeeld in ECLI:NL:CRVB:2021:1608, kan de rechtmatigheid van het in het…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7261Rechtbank Rotterdam, 24 juni 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Beroepen van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tegen de verdeling van het macrobudget conform het verdeelmodel vanaf 2024 op grond waarvan aan de gemeente Rotterdam een budget…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:821Centrale Raad van Beroep, 16 juni 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning budget voor gebundelde uitkering. Verdeelmodel 2023. Gebruik herberekende gegevens. Bewijsnood college. Onvoldoende onderzoek door minister. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat er…

106 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.