Werkloosheidswet

WW

Huidige tekst

Artikel 4 WW

Geldt sinds 1 januari 2018

  1. 1

    Als dienstbetrekking wordt mede beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die: a.anders dan als zelfstandige en anders dan als thuiswerker, op grond van een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, persoonlijk een werk tot stand brengt; b.de in onderdeel a bedoelde persoon bij het tot stand brengen van dat werk bijstaat; c.krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans door niet meer dan twee andere personen laat bijstaan; d.krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans door niet meer dan twee andere personen laat bijstaan; e.de bestuurder van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, is, dan wel, indien een vennootschap toepassing geeft aan artikel 129a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de uitvoerend bestuurder is, bedoeld in artikel 129a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d; f.als lid van de bemanning van een vissersvaartuig aanspraak heeft op een aandeel in de besomming, tenzij hij: 1°. als zodanig tegen geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid is verzekerd bij het Sociaal Fonds voor de Maatschapsvisserij; of 2°. exploitant of mede-exploitant van het vaartuig is; g.zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst vervult; h.degene, die als bestuurder werkzaam is ten behoeve van een coöperatie die met haar leden uitsluitend arbeidsovereenkomsten als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek sluit, indien hij lid is van de coöperatie en deze blijkens haar statuten en met inachtneming van de vereisten gesteld in het derde lid en krachtens het vierde lid kan worden beschouwd als een coöperatie met werknemerszelfbestuur.

  2. 2

    Het eerste lid, onderdeel a en b, blijft buiten toepassing, indien de in onderdeel a bedoelde overeenkomst rechtstreeks is aangegaan met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden.

  3. 3

    Een coöperatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, dient te voldoen aan de vereisten, dat: a.doorgaans ten minste twee derde deel van het aantal personen met wie de coöperatie een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft gesloten, lid van de coöperatie is; b.het lidmaatschap van de coöperatie door ieder van de in onderdeel a bedoelde personen onder dezelfde voorwaarden kan worden verkregen en voorwaarden van geldelijke aard geen wezenlijke belemmering vormen voor de verkrijging van het lidmaatschap; c.de leden van de coöperatie ieder één stem hebben; d.de arbeidsvoorwaarden van de leden van de coöperatie niet wezenlijk verschillen van hetgeen gebruikelijk is in gelijksoortige ondernemingen in de desbetreffende sector; e.een lid van de coöperatie behoudens in geval van liquidatie van de coöperatie, bij beëindiging van zijn lidmaatschap ten hoogste aanspraak kan maken op het door hem uit hoofde van een geldelijke voorwaarde als bedoeld in onderdeel b, hetzij uit anderen hoofde aan de coöperatie betaalde bedrag, herrekend naar geldontwaarding.

  4. 4

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waarbij de in het derde lid genoemde vereisten a. nader worden bepaald; b. worden aangevuld met andere vereisten op grond waarvan de coöperatie kan worden beschouwd als een coöperatie met werknemerszelfbestuur.

  5. 5

    Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder zelfstandige verstaan de persoon die: a.in Nederland woont en die belastbare winst uit onderneming geniet als bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; of b.niet in Nederland woont en die belastbare winst uit Nederlandse onderneming geniet als bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; c.directeur-grootaandeelhouder is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, en het werk tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:213Parket bij de Hoge Raad, 4 maart 2022 (belastingrecht)

    Erotisch getinte webcam- en telefoondiensten vanuit huis door ‘agents’ via een internetplatform van de belanghebbende. ‘Sekswerkers’ als bedoeld art. 5a Rariteitenbesluit? Rechterlijke toetsing van…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1439Parket bij de Hoge Raad, 18 december 2017 (belastingrecht)

    Premiesectorindeling van een samengestelde onderneming volgens art. 96(2) Wfsv; moeten de werkzaamheden van (i) arbeidskrachten in dienst van gecontracteerde derden en (ii) de niet in dienst zijnde…

  • ECLI:NL:PHR:2013:731Parket bij de Hoge Raad, 4 juni 2013 (strafrecht)

    Art. 227b Sr. Slagende bewijsklacht opzet.

  • ECLI:NL:PHR:2009:BG5387Parket bij de Hoge Raad, 19 juni 2009 (belastingrecht)

    Artikel 96, lid 1, Wfsv / artikel 97l, lid 1, WW. Sectorindeling werknemersverzekeringen. Indeling naar aard van de verrichte werkzaamheden en op basis van de functie die de (onderneming van) de…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:207Rechtbank Midden-Nederland, 21 januari 2025 (socialezekerheidsrecht)

    MK. Sociale zekerheid. Weigering WW-uitkering.

  • ECLI:NL:CRVB:2024:2132Centrale Raad van Beroep, 14 november 2024 (socialezekerheidsrecht)

    WW-uitkering terecht ontzegd. Terecht is aangenomen dat appellant niet als werknemer in de zin van de WW kan worden aangemerkt. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de werkzaamheden als…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:2149Centrale Raad van Beroep, 14 november 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing kinderbijslag voor de maanden dat betrokkene bij zijn gezin in Hongarije verbleef. Betrokkene is zelfstandig ondernemer die afwisselend in Nederland en bij zijn gezin in Hongarije…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:374Centrale Raad van Beroep, 23 februari 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag kinderbijslag over de eerste twee kwartalen van 2019 is juist. De zoon van appellant woonde toen in Marokko, zodat hij op grond van de AKW geen recht had op kinderbijslag. Het…

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.