Werkloosheidswet

WW

Huidige tekst

Artikel 27a WW

Geldt sinds 1 januari 2017

  1. 1

    Het UWV legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van de verplichting, bedoeld in artikel 25. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 25, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 25, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  2. 2

    In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is ontvangen.

  3. 3

    Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van de verplichting, bedoeld in artikel 25, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt het UWV een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  4. 4

    Het UWV kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van de verplichting, bedoeld in artikel 25, in situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.

  5. 5

    Het UWV legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van de verplichting, bedoeld in artikel 25, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden.

  6. 6

    Onder eenzelfde gedraging als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in de artikelen 25 van deze wet, 12 van de Toeslagenwet, 12, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 80 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 27, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 31, eerste lid, of 49 van de Ziektewet, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering, ziekengeld of toeslag is verleend.

  7. 7

    In afwijking van het vijfde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het vijfde lid, de werknemer is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

  8. 8

    Het UWV kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

  9. 9

    Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan het UWV de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.

  10. 10

    Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete.

  11. 11

    Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd.

  12. 12

    In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de werknemer wijzigen.

  13. 13

    Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid is begaan, is het UWV bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling. Artikel 36c, eerste, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  14. 14

    Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het dertiende lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding is begaan wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:841Parket bij de Hoge Raad, 25 juni 2024 (strafrecht)

    Conclusie A-G. Veroordeling voor valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd (art. 225.1 en 225.2 Sr). Middel over de…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1279Parket bij de Hoge Raad, 3 oktober 2017 (strafrecht)

    Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Klacht over schending art. 68 Sr (ne bis in idem) nu betrokkene is vervolgd voor een strafbaar feit dat eerder reeds heeft geleid tot de oplegging van een…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1280Parket bij de Hoge Raad, 3 oktober 2017 (strafrecht)

    Telen van hennep. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM op de grond dat verdachte is vervolgd voor een strafbaar feit dat reeds heeft geleid tot de oplegging van een bestuurlijke boete door…

  • ECLI:NL:PHR:2014:521Parket bij de Hoge Raad, 28 mei 2014 (belastingrecht)

    Strafvorderlijk onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal dat in de strafprocedure (heling en valsemunterij) is uitgesloten; zelfstandig onrechtmatigheidsoordeel en bruikbaarheidsoordeel door de…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:1620Centrale Raad van Beroep, 5 november 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking en terugvordering van de WW-uitkering, ZW-uitkering en toeslagen. Boete wegens schenden inlichtingenplicht. Uit onderzoek van het Uwv blijkt dat appellant tijdens zijn uitkeringen handelde…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:740Centrale Raad van Beroep, 14 mei 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking en terugvordering van een WW-uitkering. Boete. Schending inlichtingenplicht. Appellante hield buiten Nederland verblijf anders dan wegens vakantie. Geen dringende reden. Bij de…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:530Centrale Raad van Beroep, 2 april 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking en terugvordering WW-uitkering en toeslag. Oplegging boete. Schending inlichtingenplicht. Niet voldaan aan het beschikbaarheidsvereiste. Appellant was niet beschikbaar voor arbeid en heeft…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:719Rechtbank Den Haag, 12 januari 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Korting ZW-uitkering; passende arbeid; zorgvuldigheid onderzoek bedrijfsarts

238 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.