Werkloosheidswet

WW

Huidige tekst

Artikel 27 WW

Geldt sinds 1 januari 2018

  1. 1

    Het UWV brengt een bedrag blijvend op de uitkering in mindering indien de werknemer een verplichting als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, onder 3° , niet is nagekomen, tenzij het niet nakomen van de verplichting de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten. In dat geval brengt het UWV de helft van het bedrag, bedoeld in de eerste zin, in mindering over ten hoogste een periode van 26 weken.

  2. 2

    Het UWV brengt een bedrag blijvend op de uitkering in mindering indien de werknemer een verplichting als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 2° , niet is nagekomen.

  3. 3

    Het UWV weigert de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 4°, of vijfde lid, of 26, artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of artikel 28, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, dan wel ter zake van het niet binnen de door het UWV daarvoor vastgestelde termijn nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in artikel 25.

  4. 4

    Het UWV weigert de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk indien de verzekerde, bedoeld in de Ziektewet, die gedurende de eerste dertien weken van zijn ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte een uitkering ontvangt op grond van deze wet een verplichting voortvloeiend uit artikel 45, eerste lid, van de Ziektewet niet is nagekomen.

  5. 5

    Het opleggen van een maatregel op grond van het vierde lid blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een maatregel op grond van het eerste, tweede of derde lid kan worden opgelegd.

  6. 6

    Een maatregel als bedoeld in het derde of vierde lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de werknemer de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

  7. 7

    Het UWV kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het derde of vierde lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 25, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of ter zake van het zich niet houden aan een voorschrift als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° , of artikel 26, eerste lid, onderdeel b of d, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven.

  8. 8

    Het UWV kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

  9. 9

    Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 27a wordt opgelegd.

  10. 10

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het derde, vierde en zesde lid.

  11. 11

    Het bedrag, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt als volgt berekend: A x B x (C / D). Hierbij staat: A voor 0,75 in de eerste twee maanden waarop recht op uitkering bestaat en daarna voor 0,7; B voor het aantal uren in een kalendermaand dat de werknemer gewerkt zou hebben indien hij de arbeid, bedoeld in het eerste of tweede lid, zou hebben aanvaard, verkregen of behouden; C voor het dagloon; en D voor het gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek, bedoeld in artikel 16, tweede en zesde lid, gedeeld door 5.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:841Parket bij de Hoge Raad, 25 juni 2024 (strafrecht)

    Conclusie A-G. Veroordeling voor valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd (art. 225.1 en 225.2 Sr). Middel over de…

  • ECLI:NL:PHR:1992:40Parket bij de Hoge Raad, 27 maart 1992 (civiel recht)

    Weigering van de op grond van art. 1:166 lid 1 jo. art. 1:119 BW vereiste goedkeuring van huwelijksvoorwaarden van voormalige echtgenoten die opnieuw met elkaar willen huwen. Benadeling van…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1309Centrale Raad van Beroep, 30 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid. Geen medische noodzaak voor ontslag. Wijziging grondslag in nader besluit. Herhaling gronden in beroep en hoger beroep. Tegenvallende reistijd…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1119Centrale Raad van Beroep, 25 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzingen verzoek om schadevergoeding. Er bestaan geen causaal verband tussen het onrechtmatige besluit van 16 juni 2016 en de door het college gestelde schade.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8149Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Maatregel vanwege het niet tijdig indienen van een aanvraag om een WW-uitkering. Beroep gegrond en zelf voorzien omdat het UWV ten onrechte geen dwangsom heeft vastgesteld in verband met het niet…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8266Rechtbank Amsterdam, 19 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    WW; wekeneis in relatie tot verwijtbaar werkloos raken; Uwv hanteert verkeerde toets; beroep gegrond.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1082Centrale Raad van Beroep, 13 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Het gaat in deze zaak om de vraag of het Uwv terecht op de WW-uitkering van appellant de helft in mindering heeft gebracht gedurende 26 weken, omdat appellant zijn verplichting te voorkomen dat hij…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7849Rechtbank Amsterdam, 28 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep ongegrond. Verwijtbaar werkloos WW. Eiser heeft niet betwist dat hij gedurende zijn werkzaamheden als metrobestuurder meermaals te laat is verschenen en dat hij hiervoor na de eerste te…

1.034 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.