Werkloosheidswet

WW

Huidige tekst

Artikel 62 WW

Geldt sinds 1 juli 2015

  1. 1

    Geen recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk heeft de werknemer, wiens dienstbetrekking met de werkgever reeds was geëindigd voordat de werkgever kwam te verkeren in een toestand als bedoeld in artikel 61, tenzij: a.een duidelijke samenhang bestaat tussen de omstandigheden die tot het eindigen van de dienstbetrekking leidden en de omstandigheden, die tot die toestand hebben geleid; of b.de werknemer een recht heeft op betaling van loon, vakantiegeld, vakantiebijslag of andere bedragen als bedoeld in artikel 61, dat geen verband houdt met een toestand als bedoeld in artikel 61 en dat niet geldend kan worden gemaakt uitsluitend wegens die toestand.

  2. 2

    De werknemer heeft of de nagelaten betrekkingen hebben geen recht op uitkering indien de aanvraag om een uitkering is ingediend nadat 26 weken zijn verstreken na de dag waarop de werkgever is komen te verkeren in een toestand als bedoeld in artikel 61. Het UWV is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de eerste zin.

  3. 3

    Mede heeft recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk de persoon, niet zijnde werknemer, bedoeld in de artikelen 3 of 3a, die gewoonlijk arbeid in Nederland verricht voor de werkgever, bedoeld in artikel 61 of 61a, mits er geen recht op een uitkering bestaat in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een land aangesloten bij de Europese Economische Ruimte.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:1204Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Uitsluitend is in geschil of de uitzondering van artikel 62, eerste lid, aanhef en onder b van de WW aan de orde is. In de rechtspraak is van beslissende betekenis geacht of aangenomen moet worden…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:2472Rechtbank Noord-Holland, 19 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) wegens betalingsonmacht van (ex-)werkgever.

  • ECLI:NL:CRVB:2023:1219Centrale Raad van Beroep, 28 juni 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Overname betalingsverplichtingen. De rechtbank wordt niet gevolgd in het oordeel dat het Uwv aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst op 19 juli 2019 al had…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:187Rechtbank Rotterdam, 14 januari 2022 (insolventierecht)

    faillietverklaring. Verzoeker is werknemer. Verzoek meermaals aangehouden, omdat verweerder gelden Belastingdienst verwacht om vordering daarmee te kunnen voldoen. Aanhouding niet langer gewenst…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:3138Centrale Raad van Beroep, 9 december 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Met de faillietverklaring van [BV 1] op 25 januari 2017 staat de betalingsonmacht per die datum in ieder geval vast. De vraag die thans voorligt is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat, gelet…

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:11712Rechtbank Noord-Holland, 2 september 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering faillissementsuitkering.

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:600Rechtbank Midden-Nederland, 8 februari 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Eiser heeft niet tijdig een aanvraag 'overname betalingsverplichtingen' ingediend. Het beroep is ongegrond

  • ECLI:NL:CRVB:2020:2794Centrale Raad van Beroep, 12 november 2020 (socialezekerheidsrecht)

    Overname loonbetalingsverplichtingen. Niet is gebleken van aanspraken van [werkgever 3 B.V.] met betrekking tot de terugbetaling van een door [werkgever 3 B.V.] van appellant overgenomen studieschuld…

60 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.