Vreemdelingenwet 2000

Vw

Huidige tekst

Artikel 94 Vw

Geldt sinds 12 juni 2026

  1. 1

    Onverwijld na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, 6a, 58, 59, 59a en 59b, stelt Onze Minister de rechtbank hiervan in kennis. Zodra de rechtbank de kennisgeving heeft ontvangen wordt de vreemdeling geacht beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel. Het beroep strekt tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

  2. 2

    Indien aan de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, een besluit tot weigering van toegang tot Nederland is uitgereikt, wordt het beroep, bedoeld in het eerste lid, geacht mede een beroep tegen dit besluit te omvatten.

  3. 3

    Het tweede lid is niet van toepassing indien tussen de uitreiking van het besluit tot weigering van toegang tot Nederland en het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel meer dan achtentwintig dagen zijn verstreken.

  4. 4

    De rechtbank bepaalt onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon of bij raadsman en Onze Minister om bij gemachtigde te verschijnen teneinde te worden gehoord. In afwijking van artikel 8:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.

  5. 5

    De rechtbank doet mondeling of schriftelijk uitspraak. De termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak doet bedraagt ten hoogste vijftien dagen, dan wel ten hoogste eenentwintig dagen in uitzonderlijke omstandigheden en vangt aan op de dag van de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel, bedoeld in het eerste lid. In afwijking van artikel 8:66, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd. Indien de rechtbank op het beroep tegen een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, derde lid, 6a, 59a of 59b geen uitspraak heeft gedaan binnen eenentwintig dagen na de dag van de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel wordt de maatregel onmiddellijk opgeheven.

  6. 6

    Indien de rechtbank bij het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met deze wet dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

  7. 7

    Het eerste, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit tot verlenging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 59, zesde lid, of artikel 59b, derde lid. In afwijking van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank ook zonder toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31498Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    bewaring, 59.1a, kennisgeving, vervolgberoep, voortvarend handelen, beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31551Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    grensdetentie, legitiem doel, screening en grensprocedure, lichter middel

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31555Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    grensdetentie, legitiem doel, screening en grensprocedure, lichter middel

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31192Rechtbank Den Haag, 23 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Vreemdelingenbewaring - artikel 6, derde lid Vw – loungemaatregel kwetsbaarheidsbeoordeling - ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31038Rechtbank Den Haag, 22 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    bewaring, eerste beroep, 59a Vw, gronden maatregel niet betwist, geen lichter middel, voldoende voortvarend en zicht op overdracht, refoulementbeoordeling, beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31113Rechtbank Den Haag, 22 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    -NL26.61998: Aanvullend terugkeerbesluit, rechtbank verklaart zich onbevoegd, -bewaring, kennisgeving, art. 59 lid 1a Vw, kenbaar meewegen gezinsbelang van eiser, gegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30924Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring / wettelijke regeling bewaring / rechtsbijstand / voorkeursadvocaat Deze zittingsplaats behandelt de bewaringzaken ter zitting en heeft partijen medegedeeld dat de rechtmatigheid van de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30922Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    grensdetentie, onverwijlde kennisgeving, overlap screening en grensprocedure, rechtsbijstand voorafgaand gehoor, lichter middel

2.014 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.